المفردات
99 كلمة · صفحة 4 من 4
gooienA2
gooide · hebben gegooid
يقذف، يرمي
Gooi het papier in de blauwe container.
de gootsteenA1
حوض المطبخ
De vuile borden staan in de gootsteen.
het gordijnA2
ستارة
Doe de gordijnen even dicht.
het goudA2
ذهب
Haar ring is van echt goud.
graagA1
بسرور
Ik drink graag koffie.
het gramA2
غرام
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
de grammaticaA2
قواعد اللغة
De grammatica vind ik het moeilijkst.
de grapA2
نكتة
Die grap viel verkeerd.
grappigA2
مضحك
Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.
gratisA1
مجاني
De eerste les is gratis.
de grensA2
حدود
Bij de grens met Duitsland is geen controle meer.
de griepA2
إنفلونزا
Half kantoor heeft de griep.
de griepprikA2
لقاح الإنفلونزا
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijsA1
رمادي
De lucht is vandaag grijs.
groeienA2
groeide · zijn gegroeid
ينمو
De tomaten groeien goed in de warme kas.
groenA1
أخضر
Het licht is groen, je mag gaan.
de groenteA2
خضار
Eet elke dag genoeg groente.
de groepA1
مجموعة
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
de groepslesA2
درس جماعي
Een groepsles is goedkoper dan privéles.
groetenA2
groette · hebben gegroet
يُحيّي
Groet je buren als je ze tegenkomt.
de grondwetA2
دستور
Dat recht staat in de grondwet.
grootA1
كبير
Zij wonen in een groot huis.
de grootmoederA2
جدة (رسمي)
Mijn grootmoeder is geboren in een dorp in Friesland.
de grootvaderA2
جد (رسمي)
Mijn grootvader werkte vroeger als visser op zee.

