المفردات
99 كلمة · صفحة 3 من 4
gestrestA2
مضغوط نفسياً
Voor het examen was ik erg gestrest.
het getalA1
عدد (في الحساب)
Schrijf het getal in cijfers.
getrouwdA1
متزوج
Zij is al tien jaar getrouwd.
gevaarlijkA2
خطير
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
de gevangenisA2
سجن
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
gevenA1شاذّ
gaf · gaven · hebben gegeven
يعطي
Geef mij het zout, alsjeblieft.
het gevoelA1
شعور
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
het gevolgA2
نتيجة، عاقبة
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
geweldigA2
رائع
Het concert gisteren was echt geweldig!
gewondA2
مصاب
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonA1
عادي؛ ببساطة
Het was een gewone dag op kantoor.
de gewoonteA2
عادة
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
het gezichtA1
وجه
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
أسرة
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondA2
صحي
Hij eet heel gezond.
de gezondheidstoestandA2
الحالة الصحية
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
het gipsA2
جبيرة جبسية
Zijn arm zit zes weken in het gips.
gisteravondA2
مساء أمس
Gisteravond hebben we lekker gegeten bij vrienden.
gisterenA1
أمس
Gisteren was ik ziek.
het glasA1
كوب
Mag ik een glas water?
زجاج
De deur van de keuken is van hout en glas.
goedA1
جيد
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
صباح الخير
Goedemorgen, komt u binnen.
de goedenavondA1
مساء الخير
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
طاب يومك
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
goedkoopA2
رخيص
Deze winkel is vrij goedkoop.

