المفردات
42 كلمة · صفحة 2 من 2
het gevoelA1
شعور
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gewoonA1
عادي؛ ببساطة
Het was een gewone dag op kantoor.
het gezichtA1
وجه
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
أسرة
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gisterenA1
أمس
Gisteren was ik ziek.
het glasA1
كوب
Mag ik een glas water?
زجاج
De deur van de keuken is van hout en glas.
goedA1
جيد
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
صباح الخير
Goedemorgen, komt u binnen.
de goedenavondA1
مساء الخير
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
طاب يومك
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
de gootsteenA1
حوض المطبخ
De vuile borden staan in de gootsteen.
graagA1
بسرور
Ik drink graag koffie.
gratisA1
مجاني
De eerste les is gratis.
grijsA1
رمادي
De lucht is vandaag grijs.
groenA1
أخضر
Het licht is groen, je mag gaan.
de groepA1
مجموعة
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
grootA1
كبير
Zij wonen in een groot huis.

