المفردات
83 كلمة · صفحة 3 من 4
domA2
غبي
Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.
de donderdagA1
الخميس
De les is elke donderdag.
donkerA1
مظلم
In de winter is het om vijf uur al donker.
doodA2
ميت
De plant is dood, want ik vergat water te geven.
de dood
موت
Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.
doorA1
عبر؛ بسبب
We liepen door het park.
de doosA1
صندوق
De boeken zitten in een doos.
het dorpA1
قرية
Zij komt uit een klein dorp.
de dorstA1
عطش
Heb je dorst?
de doucheA1
دش
Ik neem 's ochtends een douche.
downloadenA2
downloadde · hebben gedownload
يُنزّل
Download de app op je telefoon.
draaienA2
draaide · hebben gedraaid
يدير، يلفّ
Draai de sleutel twee keer om in het slot.
dragenA1شاذّ
droeg · droegen · hebben gedragen
يرتدي؛ يحمل
Hij draagt een zwarte jas.
de drankA2
مشروب
Wat voor drank wil je erbij?
dreigenA2
dreigde · hebben gedreigd
يهدد
Hij dreigde met een rechtszaak.
de drempelA1
عتبة
Pas op voor de drempel bij de deur.
drieA1
ثلاثة
De les duurt drie uur.
drinkenA1شاذّ
dronk · dronken · hebben gedronken
يشرب
Wat wil je drinken?
drogenA2
droogde · hebben/zijn gedroogd
يجفف؛ يجف
Ik hang de was buiten om te drogen.
dromenA1
droomde · hebben gedroomd
يحلم
Ik droomde vannacht over mijn familie.
droogA1
جاف
De was is nog niet droog.
de droomA2
حلم
Mijn droom is een eigen restaurant openen.
de druifA1
عنب
Deze druiven zijn erg zoet.
drukA1
مزدحم
Het is druk in de stad.
duidelijkA1
واضح
Is het nu duidelijk?
duizendA1
ألف
Er kwamen duizend bezoekers.

