Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

26 كلمة · صفحة 1 من 2

  • bakkenA2شاذّ

    bakte · bakten · hebben gebakken

    يقلي، يخبز

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedankenA1

    bedankte · hebben bedankt

    يشكر

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • bedenkenA2شاذّ

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    يبتكر، يخترع (فكرة)

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenانعكاسي

    يغيّر رأيه

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • bedervenA2شاذّ

    bedierf · bedierven · zijn bedorven

    يفسد

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • bedoelenA1

    bedoelde · hebben bedoeld

    يقصد

    Wat bedoel je precies?

  • beginnenA1شاذّ

    begon · begonnen · zijn begonnen

    يبدأ

    De les begint om negen uur.

  • begrijpenA1شاذّ

    begreep · begrepen · hebben begrepen

    يفهم

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • bekijkenA2شاذّ

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    يطّلع على، يشاهد

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • belevenA2

    beleefde · hebben beleefd

    يعيش تجربة

    Iedereen beleeft zo'n dag anders.

  • bellenA1

    belde · hebben gebeld

    يتّصل (هاتفيًا)

    Ik bel je vanavond na het eten.

  • bepalenA1

    bepaalde · hebben bepaald

    يحدد

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereidenA2

    bereidde · hebben bereid

    يُعدّ (طعاما)

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bereikenA1

    bereikte · hebben bereikt

    يصل إلى

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • besluitenA2شاذّ

    besloot · besloten · hebben besloten

    يقرر

    We hebben besloten te verhuizen.

  • bestaanA1شاذّ

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    يوجد

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestellenA2

    bestelde · hebben besteld

    يطلب

    Zullen we pizza bestellen?

  • betalenA1

    betaalde · hebben betaald

    يدفع

    Kan ik met pin betalen?

  • betekenenA1

    betekende · hebben betekend

    يعني

    Wat betekent dit woord?

  • bewarenA2

    bewaarde · hebben bewaard

    يحتفظ بـ

    Bewaar deze brief goed.

  • bewerenA2

    beweerde · hebben beweerd

    يزعم

    Hij beweert dat hij niets wist.

  • bezoekenA2شاذّ

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    يزور

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • bezorgenA2

    bezorgde · hebben bezorgd

    يوصّل

    Ze bezorgen het pakket morgen.

  • blijvenA1شاذّ

    bleef · bleven · zijn gebleven

    يبقى

    Blijf je vanavond eten?

  • bouwenA2

    bouwde · hebben gebouwd

    يبني

    Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.

  • brekenA2شاذّ

    brak · braken · hebben/zijn gebroken

    يكسر

    Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.