Terug naar kantoor
B2 · Werk
De directie heeft besloten: vanaf januari werkt iedereen vier dagen per week op kantoor. Voor Yara, die ver weg woont en een jonge dochter heeft, is dat een probleem. Haar collega Ad geeft haar een advies: niet klagen, maar met argumenten komen. En als data-analist weet Yara wel hoe dat moet...
عرض النص
الشخصيات
- Yara: data-analist, 33
- Ad: collega, bijna met pensioen, 63
- Martijn: teamleider, 45
Scène 1
Het is maandagochtend, kwart over negen. Op de derde verdieping van een grote verzekeraar zitten de analisten van het datateam aan hun eerste kop koffie. Yara is drieëndertig. Ze woont met haar man en hun dochtertje van twee in een dorp, ruim een uur reizen van kantoor. Al drie jaar werkt ze grotendeels thuis, en dat bevalt haar prima. Dan komt er een mail binnen van de directie.
Yara:"Beste collega's. Samenwerking en een sterke bedrijfscultuur zijn essentieel voor ons succes. Daarom verwachten wij iedereen vanaf één januari minimaal vier dagen per week op kantoor." Vier dagen? Dat meen je niet.
Ad:O jawel. Lees maar verder. Er staat vast nog iets in over verbinding.
Yara:"...om de onderlinge verbinding te versterken." Hoe weet je dat nou?
Ad:Ik werk hier al vierendertig jaar, Yara. Eerst moesten we allemaal flexwerken. Toen moesten we allemaal thuisblijven. En nu moeten we weer allemaal terug. Over vijf jaar vergaderen we waarschijnlijk met een bril op in een virtueel kantoor.
Ad is drieënzestig en heeft nog anderhalf jaar tot zijn pensioen. Hij heeft al heel wat reorganisaties zien komen en gaan, en hij windt zich nergens meer over op.
Yara:Voor jou is het makkelijk. Jij fietst in tien minuten naar kantoor. Ik zit straks vier dagen per week ruim twee uur in de trein. En wie haalt dan mijn dochter op bij de opvang?
Yara:En dan heb ik het nog niet eens over de kosten. Die trein is niet goedkoop, ook niet met een reiskostenvergoeding.
Ad:Zeg dat maar niet te hard. Straks schrappen ze die vergoeding ook nog.
Ad:Dat begrijp ik. Maar zeg dat dan ook. Niet tegen mij, maar tegen Martijn.
Yara:Martijn heeft die mail niet geschreven.
Ad:Nee, maar hij is wel onze teamleider. En als ik het me goed herinner, mag de ondernemingsraad over dit soort regels ook meepraten. Dus misschien is de kogel nog niet helemaal door de kerk.
Yara leest de mail nog een keer. Er staat niets in over uitzonderingen, en ook niets over een overgangsperiode.
Yara:Ik weet het niet, Ad. Misschien moet ik gewoon een andere baan zoeken. Er zijn genoeg bedrijven waar je wel thuis mag werken.
Ad:Kan. Maar je hebt het hier toch naar je zin? Leuk team, goede projecten, een collega met een uitstekend gevoel voor humor...
Yara:Dat laatste valt nog te bezien.
Ad:Mijn advies: ga niet klagen, maar kom met argumenten. Jij bent toch data-analist? Doe er iets mee.
Yara kijkt naar haar scherm. Dan opent ze een nieuw document. Bovenaan typt ze: Vier dagen op kantoor. Kan dat eigenlijk wel?
Wat is er tot nu toe gebeurd?
Wat is er tot nu toe gebeurd? De directie stuurt een mail: vanaf januari moet iedereen minstens vier dagen per week op kantoor werken. Yara is boos, want ze woont ver weg en heeft een jonge dochter. Ze denkt zelfs aan een andere baan. Haar collega Ad, die bijna met pensioen gaat, geeft haar een advies: niet klagen, maar met argumenten komen.
Scène 2
Twee dagen later, op woensdag, is Yara op kantoor. Ze loopt met een notitieblok over de hele verdieping. Ze telt bureaus. Ze telt stoelen. Ze telt zelfs de vergaderruimtes.
Ad:Ben je nou aan het tellen of aan het mediteren?
Yara:Tellen. Moet je horen. Op deze verdieping werken drieënvijftig mensen. Weet je hoeveel bureaus er zijn?
Ad:Ik gok... een stuk of vijftig?
Yara:Vierendertig. Toen we allemaal thuis gingen werken, is de helft van de verdieping verhuurd aan een ander bedrijf. Weet je nog?
Ad:Natuurlijk. Daar zit nu dat bedrijf met die tafeltennistafel.
Yara:Precies. Dus als iedereen vier dagen per week komt, zitten hier op een gewone dag zo'n tweeënveertig mensen. Voor vierendertig bureaus.
Ad:Dan wordt het om acht uur 's ochtends rennen voor een plekje. Net als vroeger op de camping.
Yara:En dat is nog niet alles. Ik heb ook naar onze eigen cijfers gekeken. Sinds we hybride werken, worden onze projecten gemiddeld eerder afgerond. En het ziekteverzuim in ons team is gedaald. Dat zijn geen meningen. Dat zijn feiten.
Ad:Kijk eens aan. Daar kan geen directeur omheen. Maar de directie wil vooral weten hoe de mensen erover denken. Bureaus tellen is één ding.
Yara:Daar heb ik ook aan gedacht. Gisteren heb ik een korte, anonieme enquête rondgestuurd. Achtendertig collega's hebben hem al ingevuld.
Ad:En?
Yara:Dat vond ik eigenlijk het interessantste. Bijna niemand wil helemaal thuiswerken. De meeste mensen komen juist graag naar kantoor. Maar twee of drie dagen, niet vier. En ze willen weten welke dagen hun team er is. Anders zit je op kantoor terwijl de rest thuiswerkt, en zit je alsnog de hele dag met een koptelefoon op te videobellen.
Ad:Dat herken ik. Vorige week zat ik hier in mijn eentje in een vergadering met zes schermen.
Op dat moment komt Martijn langs, de teamleider. Hij is vijfenveertig, altijd een beetje gehaast, met een laptop onder zijn arm.
Martijn:Yara, heb je even? Ik hoorde dat je de bureaus aan het tellen bent.
Yara:Eh... ja. Dat klopt.
Martijn:Dat dacht ik al. Kijk, ik zal eerlijk zijn. Ik ben zelf ook niet blij met dat besluit. Ik heb twee kinderen en mijn vrouw werkt ook fulltime. Maar het besluit is door de directie genomen, niet door mij.
Yara:Dat begrijp ik. Maar mag ik de directie dan laten zien wat ik heb gevonden?
Martijn:Daarom kom ik juist. Donderdag is er een teamoverleg, en de directeur sluit aan. Hij wil draagvlak creëren, zoals dat heet. Als jij je cijfers in vijf minuten kunt presenteren, geef ik je het woord.
Yara:Vijf minuten?
Martijn:Vijf minuten. Hij heeft een kort lontje en een overvolle agenda.
Ad:Dan heb je zelfs nog tijd over voor vragen.
Die avond zit Yara tot middernacht aan haar presentatie. Vijf dia's. Geen meningen, alleen feiten. En één zin die ze steeds opnieuw schrijft: hoe zeg je tegen een directeur dat zijn plan niet werkt, zonder dat het als een verwijt klinkt?
Wat is er tot nu toe gebeurd?
Wat is er tot nu toe gebeurd? Yara gaat op onderzoek uit. Ze ontdekt dat er maar vierendertig bureaus zijn voor drieënvijftig mensen. Als iedereen vier dagen komt, zijn er te weinig plekken. Ook blijkt dat het team sinds het hybride werken sneller werkt en minder vaak ziek is. En uit een enquête blijkt dat de meeste collega's graag naar kantoor komen, maar niet vier dagen per week. Teamleider Martijn is zelf ook niet blij met het besluit. Hij geeft Yara vijf minuten om haar cijfers aan de directeur te laten zien.
Scène 3
Donderdag, tien uur. In de grote vergaderruimte zit het hele team. Op het scherm aan de muur verschijnt de directeur. Want de directeur is er niet in het echt. Hij doet mee via een videoverbinding.
Ad:Zeg, zit de directeur nou zelf gewoon thuis?
Yara:In zijn vakantiehuis, denk ik. Ik zie een zwembad achter hem.
Ad:Over verbinding gesproken.
Martijn:Goedemorgen allemaal. Fijn dat iedereen er is. Voordat we het nieuwe beleid bespreken, wil Yara graag iets laten zien. Yara, aan jou het woord.
Yara:Dank je, Martijn. Ik wil beginnen met te zeggen dat ik het doel van de directie begrijp. Samenwerken gaat op kantoor soms echt beter. Maar ik heb onderzocht of vier dagen per week ook praktisch haalbaar is. En dat is het helaas niet.
Yara laat haar eerste dia zien. Drieënvijftig medewerkers. Vierendertig bureaus. Het is even stil in de ruimte.
Yara:Op een gemiddelde dag zouden er acht mensen geen werkplek hebben. Daarnaast laten onze eigen cijfers zien dat projecten sinds het hybride werken sneller worden afgerond, en dat het ziekteverzuim is gedaald. En uit een enquête onder achtendertig collega's blijkt dat bijna iedereen graag naar kantoor komt, maar liever twee of drie dagen dan vier. Mijn voorstel is daarom: twee vaste teamdagen op kantoor, op dinsdag en donderdag. Dan zien we elkaar echt, en is er genoeg plek voor iedereen. De andere dagen werken we waar het het beste uitkomt.
Op het scherm fronst de directeur. Hij zegt iets, maar zijn microfoon staat nog uit. Martijn wijst naar zijn eigen oor. De directeur zoekt een hele tijd naar de juiste knop.
Dan is hij eindelijk te horen. Hij geeft toe dat de cijfers over de bureaus nieuw voor hem zijn. Hij wil het voorstel bespreken met de rest van de directie en met de ondernemingsraad. En hij stelt een proef voor: drie maanden lang twee vaste kantoordagen. Daarna wordt er opnieuw gekeken.
Martijn:Dat klinkt als een eerlijk compromis. Yara, dank je wel. Dit was precies wat we nodig hadden.
Ad:Mag ik nog één ding zeggen?
Martijn:Kort, Ad.
Ad:Ik werk hier al vierendertig jaar. Dit is de eerste keer dat een besluit wordt aangepast op basis van feiten, en niet op basis van een gevoel. Dat mag best eens gezegd worden.
Na het overleg loopt Yara met Ad naar de koffieautomaat.
Ad:Nou, nou. Vijf minuten, en je hebt een heel directiebesluit omgegooid.
Yara:Nog niet omgegooid. Het is een proef van drie maanden.
Ad:In mijn ervaring blijven proeven hier meestal voor altijd. Net als die tafeltennistafel.
Yara:En weet je wat het grappigste was? Hij zat zelf gewoon thuis.
Ad:Bij het zwembad. Dat zou ik in je volgende presentatie zetten. Dia zes.
Yara:Nee, Ad. Er komt geen dia zes.
Ad:Jammer. Dat was de beste geweest.
Yara:Weet je, Ad, een week geleden wilde ik nog een andere baan zoeken.
Ad:En nu?
Yara:Nu blijf ik nog wel even. Iemand moet toch op je letten, tot je met pensioen gaat.
Ad:Tegen die tijd heb ik mijn eigen thuiswerkplek. In de tuin, met uitzicht op de vijver.
Drie maanden later werkt het team elke dinsdag en donderdag op kantoor, en er is altijd een bureau vrij. En Ad? Ad komt tegenwoordig ook op woensdag. Niet omdat het moet, maar omdat er dan taart is. Volgens hem is dat de beste bedrijfscultuur die er bestaat.
أسئلة عن القصة
للتفكير
Wat zou jij doen? Vind jij dat een werkgever mag bepalen hoe vaak je op kantoor werkt? Of moet je daar samen goede afspraken over maken?
كلمات مهمة
| الهولندية | الترجمة |
|---|---|
| het thuiswerken | العمل من المنزل |
| hybride werken | العمل الهجين |
| de directie | الإدارة العليا |
| de teamleider | قائد الفريق |
| het besluit | القرار |
| het beleid | السياسة (القواعد) |
| de ondernemingsraad | مجلس العاملين |
| meepraten (over) | المشاركة في النقاش |
| de kogel is door de kerk | حُسم الأمر |
| zich (ergens) over opwinden | ينفعل (بسبب شيء) |
| het naar je zin hebben | أن تكون مرتاحًا وراضيًا |
| dat valt nog te bezien | هذا ما سنراه |
| de reiskostenvergoeding | بدل التنقل |
| de werkplek | مكان العمل |
| verhuren | يؤجِّر |
| het ziekteverzuim | الغياب بسبب المرض |
| dalen | ينخفض |
| de enquête | الاستبيان |
| ergens niet omheen kunnen | لا يمكن تجاهل شيء |
| draagvlak creëren | كسب التأييد |
| een kort lontje hebben | سريع الغضب |
| haalbaar | قابل للتحقيق |
| het voorstel | الاقتراح |
| het compromis | الحل الوسط |
| de proef | الفترة التجريبية |
| omgooien | يقلب (قرارًا أو خطة) |

