Het tienminutengesprek
B1 · School
Rik krijgt een bericht van de juf van zijn zoon: ze wil met hem praten over Sem. Rik schrikt. Is er iets mis? Zijn vader Joop weet meer, maar hij zegt niks...
عرض النص
الشخصيات
- Rik: vader van Sem, buschauffeur, 42
- Joop: opa van Sem, vader van Rik, 70
- Ellen: juf van groep zeven, 40
Scène 1
Het is dinsdagavond. Rik zit op de bank met zijn telefoon. Zijn zoon Sem van tien ligt al in bed. Rik is buschauffeur en werkt meestal in de late dienst, maar vanavond is hij voor één keer vroeg thuis. Dan krijgt hij een bericht in de app van school.
Rik:"Beste ouders van Sem. Graag nodig ik u uit voor een tienminutengesprek, donderdag om kwart over vier. Ik wil graag met u praten over Sem. Met vriendelijke groet, juf Ellen, groep zeven."
Rik leest het bericht nog een keer. En nog een keer. Ik wil graag met u praten over Sem. Wat betekent dat? Is er iets mis?
Rik:Dat klinkt niet goed. Ik bel pap even.
De vader van Rik heet Joop. Hij is zeventig en woont twee straten verderop. Omdat Rik vaak laat werkt, haalt Joop Sem elke middag uit school.
Joop:Hé jongen. Jij belt laat. Is er iets?
Rik:Ik heb een bericht van school gekregen. Juf Ellen wil donderdag met me praten. Over Sem.
Joop:Ach, dat is gewoon een tienminutengesprek. Dat doen ze een paar keer per jaar, met alle ouders.
Rik:Nee, pap. Er staat: "Ik wil graag met u praten over Sem." Waarom zou ze dat schrijven als er niets aan de hand is?
Joop:Omdat Sem haar leerling is, misschien? Je maakt je weer veel te druk.
Rik:Misschien. Maar hij is de laatste tijd zo stil. Als ik vraag hoe het op school was, zegt hij alleen "goed". Of "saai". Meer niet.
Joop:Tegen mij praat hij anders honderduit. Elke middag, op de fiets naar huis.
Rik:O ja? Waar praat hij dan over?
Joop:Nou, over van alles. Over voetbal, over zijn vriendjes... En de laatste tijd vooral over zijn spreekbeurt.
Rik:Een spreekbeurt? Daar weet ik helemaal niks van.
Joop:Hm. Dat moet je dan maar aan Sem vragen.
Rik:Of ik ben gewoon nooit thuis als hij iets wil vertellen.
Het is even stil aan de telefoon.
Joop:Zal ik donderdag met je meegaan? Ik haal Sem toch op. Dan wacht ik met je in de gang.
Rik:Graag, pap. Dank je wel.
Die nacht slaapt Rik slecht. Hij denkt aan Sem, aan zijn werk, en aan een spreekbeurt waar hij niets van weet.
Wat is er tot nu toe gebeurd?
Wat is er tot nu toe gebeurd? Rik krijgt een bericht van juf Ellen, de juf van zijn zoon Sem. Ze wil met hem praten over Sem. Rik is bang dat er iets mis is, want Sem is de laatste tijd erg stil. Zijn vader Joop haalt Sem elke dag uit school. Joop weet dat Sem een spreekbeurt heeft gehouden. Rik wist daar niets van.
Scène 2
Donderdagmiddag, tien over vier. Rik en Joop zitten op twee kleine stoeltjes in de gang van de basisschool. De stoeltjes zijn veel te laag. Riks knieën zitten bijna bij zijn kin.
Rik:Waarom zijn die stoelen zo klein?
Joop:Omdat dit een basisschool is, jongen. Geen kantoor.
Overal aan de muren hangen tekeningen en werkstukken van de kinderen. Net komt er een moeder uit het lokaal van groep zeven. Ze lacht en zwaait naar Joop.
Joop:Dag! Tot morgen bij het hek!
Rik:Ken jij haar?
Joop:Natuurlijk. Ik sta hier elke middag om kwart over drie. Ik ken bijna alle ouders. En alle opa's en oma's.
Rik:En ik ken hier niemand. Eigenlijk ben ik alleen op de eerste schooldag geweest.
Joop:Je werkt hard, Rik. Daar is niets mis mee.
Rik:Dat zeg je nu. Maar wat als juf Ellen zegt dat het slecht gaat met Sem? Dat hij achterloopt met rekenen? Of dat hij ruzie maakt in de klas?
Joop:Dan horen we dat, en dan lossen we het samen op. Maar ik denk het niet, hoor.
Rik staat op en loopt langs de muur. Daar hangt een groot vel papier: Spreekbeurten groep zeven. Er staan namen op, met een onderwerp erachter. Lotte: paarden. Mo: de ruimte. Fenna: mijn konijn. En dan Sem. Achter zijn naam staan maar twee woorden: Mijn held.
Rik:Mijn held? Pap, weet jij wie dat is?
Joop:Eh... Dat moet je echt aan juf Ellen vragen.
Rik:Dus je weet het wel!
Joop:Ik zeg niks.
Op dat moment gaat de deur van het lokaal open.
Ellen:Meneer Visser? Komt u maar binnen.
Wat is er tot nu toe gebeurd?
Wat is er tot nu toe gebeurd? Rik en zijn vader wachten in de gang van de school, op veel te kleine stoeltjes. Joop kent alle ouders, Rik kent niemand. Aan de muur hangt een lijst met spreekbeurten. Achter de naam van Sem staat: Mijn held. Wie is dat? Joop weet het, maar hij zegt niks.
Scène 3
Het lokaal van groep zeven is licht en gezellig. Op de tafels liggen schriften en op het bord staan nog sommen. Juf Ellen is een vrouw van rond de veertig, met een vriendelijk gezicht. Ze wijst op een stoel. Ook die stoel is veel te klein.
Ellen:Sorry voor de stoel. Wij zijn hier op kinderen ingericht, niet op vaders.
Rik:Geen probleem. Eh, juf... gaat het wel goed met Sem? Ik schrok eerlijk gezegd van uw bericht.
Ellen:O, wat vervelend! Dat was echt niet de bedoeling. Met Sem gaat het goed. Hij is sterk in taal, hij leest veel, en met rekenen gaat het ook prima.
Rik:Gelukkig. Maar waarom wilde u mij dan spreken?
Ellen:Daar kom ik zo op. Twee weken geleden heeft Sem zijn spreekbeurt gehouden. Weet u waar Sem zijn spreekbeurt over heeft gehouden?
Rik:Eh... over voetbal?
Ellen:Nee. Over u.
Rik:Over mij?
Ellen:Ja. De titel was: "Mijn vader, de held van de nachtbus." Hij vertelde dat u 's avonds en 's nachts mensen naar huis brengt. Verpleegkundigen na hun dienst, studenten, mensen die laat werken. Hij had zelfs een tekening gemaakt van uw bus.
Rik zegt even niets. Hij kijkt naar zijn handen.
Ellen:Het was de beste spreekbeurt van de klas. Iedereen was stil. Maar aan het eind zei Sem iets wat ik u graag wilde vertellen. Hij zei: "Mijn vader zorgt dat iedereen veilig thuiskomt. Alleen is hij zelf bijna nooit thuis."
Rik:Dat... dat klopt eigenlijk wel.
Ellen:Ik wil u niets verwijten, hoor. Veel ouders werken hard. Maar Sem is de laatste weken wat stil en moe in de klas. En ik denk dat hij u gewoon mist.
Rik:Hij heeft nooit gezegd dat hij een spreekbeurt had. Ik wist het niet eens.
Ellen:Misschien dacht hij dat u toch geen tijd had. Volgende week vrijdag is er een presentatieochtend. Dan doen de drie beste spreekbeurten het nog een keer, voor de ouders. En Sem is er een van.
Rik:Vrijdagochtend... Dan heb ik normaal dienst.
Rik denkt even na. Dan pakt hij zijn telefoon.
Rik:Nee. Ik ruil mijn dienst wel met een collega. Ik zal er zijn.
Ellen:Fijn. Maar zeg het nog niet tegen Sem, hè? Dan is het een verrassing.
In de gang zit Joop nog steeds op zijn kleine stoeltje te wachten.
Joop:En? Hoe ging het?
Rik:Goed. Heel goed zelfs. Pap... jij wist het, hè? Van die spreekbeurt.
Joop:Ik heb hem drie keer moeten oefenen. In de auto, aan de keukentafel en in de rij bij de bakker.
Rik:En je hebt niks gezegd.
Joop:Het was niet mijn verhaal, jongen. Het was het verhaal van Sem.
Een week later, op vrijdagochtend, zit Rik weer op een veel te klein stoeltje. Dit keer in de klas, tussen de andere ouders. Als Sem naar voren loopt, ziet hij zijn vader zitten. Hij stopt even. En dan begint hij te stralen. Het wordt de beste spreekbeurt die hij ooit heeft gehouden.
أسئلة عن القصة
للتفكير
Wat zou jij doen? Word jij nerveus als je een uitnodiging krijgt voor een gesprek, op school of op je werk? Of ben je juist nieuwsgierig?
كلمات مهمة
| الهولندية | الترجمة |
|---|---|
| het tienminutengesprek | لقاء قصير بين الأهل والمعلم (عشر دقائق) |
| de basisschool | المدرسة الابتدائية |
| groep zeven | الصف السابع في المدرسة الابتدائية الهولندية (عمر 10-11 سنة) |
| de juf / de meester | المعلّمة / المعلّم (في المدرسة الابتدائية) |
| de spreekbeurt | عرض شفهي أمام الصف |
| het onderwerp | الموضوع |
| uitnodigen / de uitnodiging | يدعو / الدعوة |
| er is iets mis | هناك مشكلة ما |
| zich druk maken (over) | يقلق (بشأن) |
| honderduit praten | يتكلم بلا توقف |
| de buschauffeur | سائق الحافلة |
| de late dienst | المناوبة المسائية |
| een dienst ruilen | تبديل المناوبة |
| ophalen (uit school) | يأخذ (من المدرسة) |
| het lokaal | الفصل الدراسي |
| het werkstuk | المشروع المدرسي |
| achterlopen (met) | يتأخر (في مادة) |
| rekenen | الحساب |
| de som | مسألة حسابية |
| iemand iets verwijten | يلوم شخصًا على شيء |
| iemand missen | يشتاق إلى شخص |
| de held | البطل |
| stralen | يتألّق فرحًا |

