Словарь
7824 слов · страница 98 из 313
groenA1
зелёный
Het licht is groen, je mag gaan.
het groenafvalB2
растительные отходы
Groenafval gaat in de groene bak.
het groengebiedB1
зелёная зона
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
de groenstrookB1
зелёная полоса
Langs de weg ligt een brede groenstrook.
de groenteA2
овощи
Eet elke dag genoeg groente.
de groenvoorzieningB1
озеленение
De gemeente onderhoudt de groenvoorziening.
de groepA1
группа
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
de groeperingB2
группировка
De politie houdt de extreme groepering in de gaten.
het groepsgevoelB2
чувство коллектива
Het groepsgevoel in de klas is sterk.
de groepslesA2
групповое занятие
Een groepsles is goedkoper dan privéles.
het groepswerkB2
групповая работа
Het groepswerk telt mee voor het cijfer.
de groetB1
приветствие, привет
Ik eindig mijn e-mail altijd met een vriendelijke groet.
groetenA2
groette · hebben gegroet
здороваться
Groet je buren als je ze tegenkomt.
grofB1
грубый
Hij gebruikte grove taal tegen de buschauffeur.
grommenB2
gromde · hebben gegromd
рычать, ворчать
De hond gromt als er vreemden komen.
de grondB1
земля, почва
De grond is nat na al die regen.
het grondgebiedB2
территория (страны)
Deze wet geldt op het hele grondgebied.
grondigB1
основательный, тщательный
De monteur heeft de auto grondig gecontroleerd.
het grondrechtB2
основное право
Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht.
de grondstofB2
сырьё
Deze grondstoffen worden schaarser.
het grondwaterB1
грунтовые воды
Het grondwater staat hier hoog.
de grondwetA2
конституция
Dat recht staat in de grondwet.
grootA1
большой
Zij wonen in een groot huis.
de grootmoederA2
бабушка (офиц.)
Mijn grootmoeder is geboren in een dorp in Friesland.
grootsB1
грандиозный
Het feest werd groots gevierd met vuurwerk.

