Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5046 слов · страница 98 из 202

  • maarA1

    но

    Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.

  • maartA1

    март

    De cursus start in maart.

  • maatA2

    размер

    Heeft u dit in een grotere maat?

  • maatschappelijkB2

    общественный, социальный

    Dit is een maatschappelijk probleem, geen individueel probleem.

  • maatschappijleerB2

    обществознание

    Maatschappijleer gaat over politiek en samenleving.

  • maatschappijveranderingB2

    изменение общества

    Digitalisering veroorzaakt een brede maatschappijverandering.

  • maatschappijvisieB2

    представление об обществе

    Achter dit beleid zit een duidelijke maatschappijvisie.

  • maatvoeringB2

    размерная сетка

    De maatvoering verschilt per merk.

  • machinistB2

    машинист

    De machinist remde op tijd.

  • machtigingB2

    доверенность, разрешение

    Zonder machtiging mag ik dat niet regelen.

  • machtigingscodeB2

    код авторизации

    De machtigingscode komt per post.

  • machtsevenwichtB2

    баланс сил

    Het machtsevenwicht tussen de instituties is bewust ontworpen.

  • machtsmisbruikB2

    злоупотребление властью

    Er is onderzoek gedaan naar machtsmisbruik binnen de organisatie.

  • machtsverhoudingB2

    соотношение сил

    De machtsverhoudingen zijn de laatste jaren verschoven.

  • magazijnB2

    склад

    Het artikel ligt nog in het magazijn.

  • magazijnmedewerkerB2

    работник склада

    Er is een vacature voor magazijnmedewerker.

  • magerB2

    худой

    Na zijn ziekte was hij erg mager.

  • magnetronA2

    микроволновка

    Warm het even op in de magnetron.

  • mailenA2

    отправлять по почте (эл.)

    Ik mail je de documenten vanavond.

  • makelaarskostenB2

    комиссия риелтора

    De makelaarskosten zijn onderhandelbaar.

  • makenA1

    делать, изготавливать

    Ik maak het eten klaar.

  • makkelijkA1

    лёгкий

    Deze oefening is makkelijk.

  • makreelB2

    скумбрия

    Makreel is een vette vis.

  • manA1

    мужчина

    Die man werkt in de winkel.

  • mandaatB2

    мандат, полномочия

    De projectleider heeft daarvoor geen mandaat.