Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5046 слов · страница 27 из 202

  • bosB1

    лес

    We wandelen graag in het bos.

  • bosbeheerB2

    лесное хозяйство

    Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.

  • bosgebiedB1

    лесной массив

    Het bosgebied is beschermd.

  • boterA1

    масло

    Doe wat boter op je brood.

  • boterhamA1

    бутерброд

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • bouwsectorB2

    строительный сектор

    In de bouwsector is een groot personeelstekort.

  • bouwtekeningB2

    строительный чертёж

    Op de bouwtekening staat alles ingetekend.

  • bovenA1

    наверху, над

    De slaapkamers zijn boven.

  • bovendienA2

    кроме того

    Het is duur en bovendien ver weg.

  • bradenB2

    жарить

    Braad het vlees kort aan.

  • brainstormsessieB2

    мозговой штурм

    De brainstormsessie leverde twintig ideeën op.

  • brandalarmB2

    пожарная тревога

    Bij brandalarm verlaat u direct het gebouw.

  • brandnetelB2

    крапива

    Pas op voor de brandnetels.

  • brandstofprijsB2

    цена на топливо

    De brandstofprijzen schommelen sterk.

  • brandwondB2

    ожог

    Koel een brandwond meteen met lauw water.

  • breedA1

    широкий

    Dit is een brede straat.

  • breedgeschouderdB2

    широкоплечий

    Hij is breedgeschouderd door het roeien.

  • breedtesportB2

    массовый спорт

    Er gaat te weinig geld naar de breedtesport.

  • breekbaarB2

    хрупкий

    Let op: breekbaar.

  • brengenA2

    приносить, отвозить

    Ik breng de kinderen naar school.

  • breukB2

    перелом

    De foto liet een breuk in de pols zien.

  • briefA1

    письмо

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.

  • briefhoofdB2

    шапка письма

    In het briefhoofd staan naam en adres.

  • briefkaartB1

    почтовая открытка

    Ik stuurde een briefkaart uit Spanje.

  • briefopbouwB1

    структура письма

    Let op de briefopbouw: aanhef, kern, afsluiting.