Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5046 слов · страница 119 из 202

  • opgevenB2

    сдаваться

    Na drie pogingen gaf hij het op.

  • opgewektA2

    жизнерадостный

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • opgewektheidB2

    жизнерадостность

    Haar opgewektheid werkt aanstekelijk.

  • opgewondenB2

    возбуждённый

    De kinderen waren opgewonden over de reis.

  • ophalenA2

    забирать, заезжать за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • ophefB2

    шумиха, ажиотаж

    Zijn uitspraak zorgde voor veel ophef.

  • opiniepeilingB2

    опрос общественного мнения

    Volgens de opiniepeiling verliest de partij zetels.

  • opiniestukB2

    авторская колонка

    Zij schreef een opiniestuk in de krant.

  • opkomstpercentageB2

    явка избирателей

    Het opkomstpercentage lag onder de zestig.

  • oplageB2

    тираж

    De oplage van de krant daalt al jaren.

  • opleidingB1

    образование, обучение

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • opleidingsadviesB1

    рекомендация по обучению

    Ik kreeg een positief opleidingsadvies.

  • opleidingsduurB1

    срок обучения

    De opleidingsduur is twee jaar.

  • opleidingsinstituutB2

    учебное заведение

    Het opleidingsinstituut is erkend door de overheid.

  • opleidingskwaliteitB2

    качество подготовки

    De opleidingskwaliteit wordt extern getoetst.

  • opleidingsniveauB2

    уровень образования

    Het opleidingsniveau van de bevolking is gestegen.

  • oplettenA2

    быть внимательным

    Let goed op bij het oversteken.

  • opleveringsinspectieB2

    приёмка объекта

    Bij de opleveringsinspectie noteer je alle gebreken.

  • oplichtingB2

    мошенничество

    Hij deed aangifte van oplichting.

  • oplossingA2

    решение

    Er is vast een oplossing.

  • opluchtenB2

    приносить облегчение

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • opluchtingB2

    облегчение

    Tot mijn opluchting was alles in orde.

  • opluchtingsgevoelB2

    чувство облегчения

    Na de uitslag overheerste een opluchtingsgevoel.

  • opmerkenB2

    замечать

    Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.

  • opmerkingB1

    замечание

    Heeft iemand nog een opmerking?