Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 119 из 313

  • de investeerderB2

    инвестор

    Het bedrijf zoekt een nieuwe investeerder.

  • investerenB2

    investeerde · hebben geïnvesteerd

    инвестировать

    De overheid investeert in nieuwe woningen.

  • de investeringB2

    инвестиция

    Deze investering verdient zich in vijf jaar terug.

  • de invloedA2

    влияние

    Sociale media hebben veel invloed op jongeren.

  • invoerenB1отделяемый

    voerde in · hebben ingevoerd

    вводить (закон, меру)

    De nieuwe wet wordt volgend jaar ingevoerd.


    вводить, вносить (данные)

    Vul het formulier in en voer je gegevens in.

  • de invoeringB1

    введение (закона)

    Na de invoering van de nieuwe wet veranderde er veel.

  • invullenA2отделяемый

    vulde in · hebben ingevuld

    заполнять

    Vul het formulier volledig in.

  • de invullingB1

    наполнение, трактовка

    Iedere medewerker geeft zijn eigen invulling aan de functie.

  • inwerkenB1отделяемый

    werkte in · hebben ingewerkt

    вводить в курс дела

    Een collega werkt je de eerste week in.

  • de inwerkperiodeB2

    период адаптации

    De inwerkperiode duurt zes weken.

  • de inwonerB1

    житель

    Elke inwoner van de gemeente mag meedoen aan de enquête.

  • inzakeB2

    касательно, относительно

    Hierbij ontvangt u informatie inzake uw aanvraag.

  • inzamelenB1отделяемый

    zamelde in · hebben ingezameld

    собирать (мусор, деньги)

    De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.

  • de inzamelingsactieB2

    кампания по сбору средств

    De inzamelingsactie bracht tienduizend euro op.

  • de inzetB1

    усердие, вовлечённость

    Zijn inzet voor het project was groot.

  • de inzetbaarheidB2

    востребованность на рынке труда

    Bijscholing vergroot je inzetbaarheid.

  • zich inzettenB1отделяемыйвозвратный

    zette in · hebben ingezet

    стараться ради, прилагать усилия

    Zij zet zich in voor de buurt.

  • het inzichtB1

    понимание, представление

    Deze cursus geeft je inzicht in je eigen gedrag.

  • inzienB1отделяемыйнеправильный

    zag in · zagen in · hebben ingezien

    осознавать; просматривать

    Hij ziet nu in dat hij een fout heeft gemaakt.

  • inzittenB1отделяемыйнеправильный

    zat in · zaten in · hebben ingezeten

    беспокоиться

    Zij zit erg in over haar examen van morgen.

  • IraaksB2

    иракский

    Zijn ouders komen uit een Iraaks dorp.

  • de ironieB2

    ирония

    De ironie in zijn opmerking ontging haar.

  • ironischB1

    ироничный

    Hij bedoelde het ironisch, maar zij begreep het niet.

  • de irrigatieB2

    орошение

    Zonder irrigatie groeit hier weinig.

  • irritantB2

    раздражающий

    Dat geluid van de buren is echt irritant.