Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5046 слов · страница 115 из 202

  • onderzoeksveldB2

    область исследований

    Dit is een jong onderzoeksveld.

  • onderzoeksvraagB2

    исследовательский вопрос

    De onderzoeksvraag is te breed geformuleerd.

  • ondubbelzinnigB2

    недвусмысленный

    Zijn antwoord was ondubbelzinnig: nee.

  • onenigheidB2

    разногласие

    Er ontstond onenigheid over de aanpak.

  • ongeduldB2

    нетерпение

    Hij wachtte vol ongeduld op het antwoord.

  • ongeduldigA2

    нетерпеливый

    Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.

  • ongeduldigheidB2

    нетерпеливость

    Zijn ongeduldigheid viel iedereen op.

  • ongedwongenB2

    непринуждённый

    De sfeer was ongedwongen.

  • ongelijkheidB2

    неравенство

    De ongelijkheid tussen groepen neemt toe.

  • ongelukB2

    несчастный случай

    Het ongeluk gebeurde op de trap.

  • ongemakB2

    неловкость, дискомфорт

    Zijn opmerking veroorzaakte enig ongemak.

  • ongemakkelijkheidB2

    неловкость

    Er hing een zekere ongemakkelijkheid in de kamer.

  • ongerustA2

    встревоженный

    Ik was ongerust toen je niet belde.

  • ongetwijfeldB2

    несомненно

    Dat wordt ongetwijfeld nog een discussie.

  • ongeveerA2

    примерно

    Het duurt ongeveer een uur.

  • onkostenvergoedingB2

    возмещение расходов

    Bewaar je bonnen voor de onkostenvergoeding.

  • onlinecursusB2

    онлайн-курс

    Zij volgt een onlinecursus Nederlands.

  • onlinereputatieB2

    репутация в сети

    Werkgevers kijken naar je onlinereputatie.

  • onmachtB2

    бессилие

    Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.

  • onopvallendB2

    неприметный

    Hij ging onopvallend naar buiten.

  • onrustB2

    тревога, волнение

    Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.

  • onrustigA2

    беспокойный

    Ik sliep onrustig voor het examen.

  • onschuldigB2

    невиновный

    Je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

  • ontbijtA2

    завтрак

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • ontbijtenA2

    завтракать

    Wij ontbijten om zeven uur.