Словарь
5046 слов · страница 109 из 202
neerslagB1
осадки
Er wordt veel neerslag verwacht.
neerslagkansB2
вероятность осадков
De neerslagkans is zeventig procent.
negenA1
девять
De winkel opent om negen uur.
negentigA1
девяносто
Hij werd negentig jaar oud.
nekA1
шея
Ik heb een stijve nek.
nemenA1
брать
Ik neem de trein van acht uur.
nepnieuwsB2
фейковые новости
Nepnieuws verspreidt zich sneller dan correcties.
nepwebsiteB2
поддельный сайт
De nepwebsite leek precies op die van de bank.
nergensA2
нигде
Ik kan het nergens vinden.
nervositeitB2
нервозность
Zijn nervositeit was aan zijn handen te zien.
nestkastB2
скворечник
Hang de nestkast op het noorden.
netA1
только что
Hij is net weggegaan.
netcapaciteitB2
пропускная способность сети
Door gebrek aan netcapaciteit staan projecten stil.
netjesA1
аккуратный, опрятный
Je kamer ziet er netjes uit.
nettoloonB2
зарплата на руки
Van het nettoloon betaal je de huur.
netwerkB2
сеть
Het netwerk lag er een halve dag uit.
netwerkborrelB2
нетворкинг-встреча
Op de netwerkborrel legde hij drie contacten.
neuroloogB2
невролог
De neuroloog vroeg een scan aan.
neusA1
нос
Mijn neus is verstopt.
nevelB2
дымка
In de ochtend hing er nevel boven het water.
nichtA1
двоюродная сестра, племянница
Mijn nicht woont in Rotterdam.
niemandA1
никто
Er is niemand thuis.
nierA1
почка
Hij heeft problemen met zijn nieren.
nietA1
не
Ik begrijp het niet.
nietmachineB2
степлер
De nietmachine is leeg.

