Словарь
5046 слов · страница 105 из 202
misschienA2
может быть
Misschien kom ik later.
misselijkA2
тошнит
Ik voel me een beetje misselijk.
misselijkheidB2
тошнота
De misselijkheid verdween na een uur.
missenA2
пропустить; скучать
Ik heb de bus gemist.
mistB1
туман
Door de mist reden de auto's langzaam.
misvattingB2
заблуждение
Dat is een veelvoorkomende misvatting.
misverstandB1
недоразумение
Het was gewoon een misverstand.
mitsB2
при условии что
U mag ruilen, mits u de bon bewaart.
modieusB2
модный
Die bril is heel modieus.
moeA1
усталый
Ik ben vandaag heel moe.
moedeloosheidB2
уныние
Na drie afwijzingen sloeg de moedeloosheid toe.
moederA1
мать
Mijn moeder woont in Utrecht.
moedertaalB2
родной язык
Mijn moedertaal is Arabisch.
moedigA2
смелый
Dat was een moedige beslissing.
moeilijkA1
трудный
Nederlands is soms moeilijk.
moerasB2
болото
Dit gebied was vroeger moeras.
moestuinB2
огород
In de moestuin groeien bonen en sla.
moetenA1
быть должным
Ik moet nu weg.
mogelijkA2
возможный
Is het mogelijk om later te komen?
mogelijkheidA2
возможность
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1
можно, иметь право
Mag ik hier zitten?
molecuulB2
молекула
Een watermolecuul bevat twee waterstofatomen.
molenB2
мельница
De molen maalde vroeger graan.
momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
monarchieB2
монархия
Nederland is een constitutionele monarchie.

