Словарь
156 слов · страница 6 из 7
zorgtoeslagB1
пособие на медстраховку
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
zorgtoezichtB2
надзор в здравоохранении
De inspectie houdt zorgtoezicht.
zorgverdelingB2
распределение медпомощи
De zorgverdeling over het land is ongelijk.
zorgverlenerB1
медицинский работник
Bespreek dit met uw zorgverlener.
zorgverleningB2
оказание медпомощи
De zorgverlening thuis wordt uitgebreid.
zorgvernieuwingB2
обновление системы ухода
Zorgvernieuwing vraagt investeringen vooraf.
zorgverzekeraarB2
медицинская страховая компания
De zorgverzekeraar vergoedt deze behandeling niet.
zorgverzekeringB2
медицинская страховка
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.
zorgvraagB2
потребность в уходе
De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.
zorgvuldigB2
тщательный
Zij werkt langzaam maar zorgvuldig.
zorgwekkendB2
вызывающий опасения
Zijn toestand is zorgwekkend.
zoutA1
соль
Er zit te veel zout in.
zoutgehalteB2
содержание соли
Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.
zuchtenB2
вздыхать
Hij zuchtte diep en zei niets.
zuigelingB2
грудной ребёнок
Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.
zullenA1
будет (буд. время)
Zullen we koffie drinken?
zusA1
сестра
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
кислый
De melk is zuur geworden.
zwaanB2
лебедь
De zwaan verdedigt haar jongen.
zwaartekrachtB2
сила тяжести
Zonder zwaartekracht zweeft alles.
zwagerA1
шурин, деверь
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
слабый
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
беременная
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwangerschapB2
беременность
Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.
zwartA1
чёрный
Hij heeft zwarte schoenen aan.

