Словарь
235 слов · страница 4 из 10
teleurstellingB2
разочарование
De uitslag was een grote teleurstelling.
televisieA1
телевизор
De televisie staat de hele dag aan.
tellenA1
считать
Kun je tot tien tellen in het Nederlands?
temperatuurB1
температура
De temperatuur daalt vannacht.
temperatuurstijgingB1
рост температуры
De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.
temperatuurverloopB2
динамика температуры
Het temperatuurverloop staat in de grafiek.
tempoB1
темп
Het tempo van de cursus ligt hoog.
ten behoeve vanB2
в целях, для нужд
Dit formulier is ten behoeve van de aanvraag.
ten eersteB2
во-первых
Ten eerste is het te duur.
ten opzichte vanB2
по сравнению с
Ten opzichte van vorig jaar is er weinig veranderd.
ten slotteB2
наконец
Ten slotte wil ik iedereen bedanken.
tengerB2
хрупкий (о телосложении)
Zij is tenger gebouwd.
tentamenB2
зачёт, экзамен в вузе
Het tentamen is over drie weken.
tentoonstellingB1
выставка
In het museum is een nieuwe tentoonstelling.
tenzijB2
если только не
Wij gaan door, tenzij u bezwaar maakt.
terloopsB2
мимоходом
Hij noemde het terloops in het gesprek.
termijnB1
срок; часть платежа
Je kunt in termijnen betalen.
termijnbedragB2
сумма ежемесячного платежа
Het termijnbedrag gaat in januari omhoog.
terneergeslagenB2
подавленный
Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.
terrasB1
терраса, летняя площадка
Bij mooi weer zitten we op het terras.
terugA1
обратно, назад
Ik ben om zes uur terug.
terugbellenB1
перезванивать
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbelverzoekB2
просьба перезвонить
Ik heb een terugbelverzoek achtergelaten.
terugbetalenA2
возвращать (деньги)
Ik betaal je volgende week terug.
teruggaafB2
возврат налога
De teruggaaf staat over zes weken op je rekening.

