Словарь
27 слов · страница 1 из 2
radenA1неправильный
raadde · raadden · hebben geraden
угадывать
Raad eens wie ik zag!
rakenB1
raakte · hebben/zijn geraakt
задевать, попадать; становиться
Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.
rangschikkenB2
rangschikte · hebben gerangschikt
располагать по порядку
Rangschik de zinnen in de juiste volgorde.
rapporterenB2
rapporteerde · hebben gerapporteerd
отчитываться
Je rapporteert rechtstreeks aan de directeur.
reagerenA1
reageerde · hebben gereageerd
реагировать, отвечать
Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.
zich realiserenA2возвратный
realiseerde · hebben gerealiseerd
осознавать
Ik realiseerde me pas later wat er gebeurd was.
recyclenB2
recyclede · hebben gerecycled
перерабатывать
Plastic kun je vaak recyclen.
reddenB1
redde · hebben gered
спасать; справляться
De brandweer heeft de kat uit de boom gered.
regelenA2
regelde · hebben geregeld
устраивать, улаживать
Ik regel het morgen wel.
registrerenB1
registreerde · hebben geregistreerd
регистрировать
Je moet je bij de gemeente laten registreren.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
путешествовать, ездить
Ik reis elke dag met de trein.
rekenenA2
rekende · hebben gerekend
считать, вычислять
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
relativerenB2
relativeerde · hebben gerelativeerd
рассматривать в контексте
Je moet die cijfers wel relativeren.
remmenB1
remde · hebben geremd
тормозить
Bij regen moet je eerder remmen.
de remmen
тормоза (мн. ч. от rem)
De remmen van mijn fiets doen het niet meer.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
бегать
De kinderen rennen door de tuin.
reorganiserenB2
reorganiseerde · hebben gereorganiseerd
реорганизовать
De afdeling wordt volgend jaar gereorganiseerd.
reparerenA2
repareerde · hebben gerepareerd
ремонтировать, чинить
Kun jij mijn fiets morgen voor me repareren?
reserverenB1
reserveerde · hebben gereserveerd
бронировать
Je moet vooraf een plaats reserveren.
retournerenA2
retourneerde · hebben geretourneerd
возвращать (товар)
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
zich richtenA1возвратный
richtte · hebben gericht
ориентироваться на, быть рассчитанным на
De cursus richt zich op beginners.
rijdenA2неправильный
reed · reden · hebben/zijn gereden
ехать, водить
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
roepenA1неправильный
riep · riepen · hebben geroepen
звать, кричать
Roep me als je klaar bent.
roerenA2
roerde · hebben geroerd
помешивать
Blijf roeren tot de saus dik wordt.
rokenB1
rookte · hebben gerookt
курить
Roken is hier niet toegestaan.
roosterenB2
roosterde · hebben geroosterd
поджаривать
Rooster de noten even in de pan.

