Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

116 слов · страница 5 из 5

  • normB2

    норма

    Wat als norm geldt, verschilt per generatie.

  • normaalA2

    нормальный, обычный

    Dat is hier heel normaal.

  • normenB2

    нормы

    Normen en waarden verschillen per cultuur.

  • normeringB2

    нормирование оценок

    De normering wordt na afloop vastgesteld.

  • notariskostenB2

    нотариальные расходы

    De notariskosten komen er nog bij.

  • notitieB1

    заметка

    Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.

  • notulenB2

    протокол собрания

    De notulen van de vorige vergadering zijn goedgekeurd.

  • notulerenB2

    вести протокол

    Wie gaat er vandaag notuleren?

  • novemberA1

    ноябрь

    November is een donkere maand.

  • nuA1

    сейчас

    Ik heb nu geen tijd.

  • nuanceB2

    нюанс

    In dit debat ontbreekt vaak de nuance.

  • nuancerenB2

    уточнять, смягчать формулировку

    Ik wil die uitspraak wel nuanceren.

  • nuanceringB2

    уточнение, оговорка

    Zijn betoog mist enige nuancering.

  • nuanceverschilB2

    оттеночное различие

    Het nuanceverschil tussen die woorden is klein.

  • nuchterheidB2

    трезвость взгляда

    Met typische nuchterheid reageerde zij kalm.

  • nummerA1

    номер

    Wat is je telefoonnummer?