Словарь
252 слов · страница 5 из 11
meesteA1
большинство
De meeste mensen komen met de fiets.
de meesterA2
учитель (нач. школы); мастер
De meester leest elke dag voor aan de klas.
het meetbaarB2
измеримый
Het effect is nauwelijks meetbaar.
het meetinstrumentB2
измерительный инструмент
Het meetinstrument moet betrouwbaar zijn.
de meeuwB2
чайка
De meeuwen pikken het brood zo uit je hand.
de meevallerB2
приятная неожиданность
De belastingteruggave was een meevaller.
meiA1
май
Mijn verjaardag is in mei.
de meidA2
девочка, девушка (разг.)
Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.
het meisjeA1
девочка
Het meisje speelt buiten.
de melancholieB2
меланхолия
In zijn muziek zit veel melancholie.
meldenA1
meldde · hebben gemeld
сообщать, уведомлять
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.
de meldingB2
сообщение, уведомление
Je kunt via de app een melding maken van afval op straat.
het meldpuntB1
пункт приёма жалоб
Er is een meldpunt voor discriminatie.
de melkA1
молоко
Wil je melk in je koffie?
de melodieB2
мелодия
De melodie blijft meteen hangen.
de memoB2
служебная записка
Hij schreef een korte memo aan de directie.
menB1
говорят, люди (безлич.)
Men zegt dat het morgen gaat sneeuwen.
de meneerA1
господин; мужчина (вежл.)
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
menenB1
meende · hebben gemeend
иметь в виду (всерьёз); полагать
Meen je dat echt, of maak je een grapje?
de meningA2
мнение
Wat is jouw mening hierover?
het meningsverschilB2
расхождение во мнениях
Een meningsverschil hoeft geen ruzie te worden.
de mensA1
человек
Hij is een aardig mens.
menselijkB2
человеческий
Fouten maken is heel normaal en menselijk.
de mensenA1
люди
Er waren veel mensen op het feest.
het mensenrechtB2
право человека
Onderwijs is een mensenrecht.

