Словарь
239 слов · страница 5 из 10
meestalA2
обычно
Ik ga meestal met de fiets.
meesteA1
большинство
De meeste mensen komen met de fiets.
meetbaarB2
измеримый
Het effect is nauwelijks meetbaar.
meetinstrumentB2
измерительный инструмент
Het meetinstrument moet betrouwbaar zijn.
meeuwB2
чайка
De meeuwen pikken het brood zo uit je hand.
meevallerB2
приятная неожиданность
De belastingteruggave was een meevaller.
meiA1
май
Mijn verjaardag is in mei.
meisjeA1
девочка
Het meisje speelt buiten.
melancholieB2
меланхолия
In zijn muziek zit veel melancholie.
meldenB1
сообщать, уведомлять
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.
meldpuntB1
пункт приёма жалоб
Er is een meldpunt voor discriminatie.
melkA1
молоко
Wil je melk in je koffie?
melodieB2
мелодия
De melodie blijft meteen hangen.
memoB2
служебная записка
Hij schreef een korte memo aan de directie.
meningB1
мнение
Wat is jouw mening hierover?
meningsverschilB2
расхождение во мнениях
Een meningsverschil hoeft geen ruzie te worden.
mensA1
человек
Hij is een aardig mens.
mensenA1
люди
Er waren veel mensen op het feest.
mensenrechtB2
право человека
Onderwijs is een mensenrecht.
mensenrechtenB2
права человека
Mensenrechten gelden voor iedereen.
mensenrechtenverdragB2
договор о правах человека
Het mensenrechtenverdrag is door bijna elk land ondertekend.
mentaalB2
психический, ментальный
Mentale gezondheid krijgt meer aandacht.
mentorB2
наставник
Elke nieuwe medewerker krijgt een mentor.
merelB2
чёрный дрозд
De merel zingt al vroeg in de ochtend.
merkA2
марка, бренд
Welk merk koop jij meestal?

