Словарь
215 слов · страница 5 из 9
het kleinkindA1
внук, внучка
Zij heeft drie kleinkinderen.
de kleinzoonA1
внук
Haar kleinzoon is net geboren.
de klemtoonB2
ударение
De klemtoon ligt op de eerste lettergreep.
de klerenA1
одежда
Ik koop nieuwe kleren.
de kleurA1
цвет
Welke kleur vind je mooi?
het kleurgebruikB2
использование цвета
Het kleurgebruik is opvallend fel.
het kleurrijkB2
красочный
De markt is een kleurrijk geheel.
de kleuterB2
дошкольник
Kleuters leren vooral door te spelen.
de klierB2
железа
De klieren in zijn hals zijn opgezet.
het klifB2
утёс
Het pad loopt vlak langs het klif.
het klimaatB2
климат
Het klimaat verandert sneller dan verwacht.
de klimaatadaptatieB2
адаптация к климату
Klimaatadaptatie is net zo nodig als CO2-reductie.
het klimaatakkoordB2
климатическое соглашение
In het klimaatakkoord staan concrete doelen.
het klimaatdebatB2
климатическая дискуссия
Het klimaatdebat is sterk gepolariseerd.
het klimaatdoelB2
климатическая цель
De klimaatdoelen worden waarschijnlijk niet gehaald.
de klimaatmaatregelB2
климатическая мера
De klimaatmaatregelen gaan sommigen niet ver genoeg.
het klimaatmodelB2
климатическая модель
Klimaatmodellen voorspellen een verdere opwarming.
het klimaatonderzoekB2
климатические исследования
Uit klimaatonderzoek blijkt een duidelijke trend.
de klimaatveranderingB2
изменение климата
Klimaatverandering raakt iedereen.
de klimaatzoneB1
климатическая зона
Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.
de klokA1
часы (не наручные)
De klok in de keuken loopt voor.
колокол
De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.
de klompenB2
деревянные башмаки
Op het land droegen boeren klompen.
de kloofB2
разрыв, пропасть
De kloof tussen arm en rijk wordt groter.
de klusB1
работа, задача (по дому)
Het schilderen van de keuken was een flinke klus.
de kneuzingB2
ушиб
Het is geen breuk, alleen een kneuzing.

