Словарь
215 слов · страница 4 из 9
het kindA1
ребёнок
Het kind speelt in de tuin.
de kinderartsB2
педиатр
De kinderarts stelde de ouders gerust.
de kinderbijslagA2
детское пособие
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
het kinderboekB2
детская книга
Dit kinderboek is in twintig talen vertaald.
de kinderziekteB2
детская болезнь
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
de kipA1
курица
Ik eet liever kip dan rundvlees.
de klachtB1
жалоба, симптом
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtafhandelingB2
рассмотрение жалоб
De klachtafhandeling duurt te lang.
de klachtbriefB1
письмо с жалобой
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
het klachtenformulierB1
бланк жалобы
Vul eerst het klachtenformulier in.
de klachtenlijnB2
линия жалоб
Bel de klachtenlijn als het niet wordt opgelost.
de klachtenprocedureB1
процедура подачи жалоб
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
de klantA2
клиент, покупатель
De klant heeft altijd gelijk.
het klantcontactB1
работа с клиентами
In deze functie heb je veel klantcontact.
de klantenkaartA2
карта постоянного клиента
Met een klantenkaart spaar je punten.
de klantenserviceA2
служба работы с клиентами
Bel de klantenservice als het niet werkt.
de klasA1
класс (группа учеников)
In mijn klas zitten studenten uit tien landen.
de klasgenootA2
одноклассник
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
het klaslokaalA2
классная комната
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
de klasseB2
класс (уровень)
Hij reist altijd in de eerste klasse.
de klaverB2
клевер
Klaver is goed voor de bodem.
de kledingA2
одежда (общее)
In deze winkel verkopen ze kleding voor kinderen.
het kledingstukB2
предмет одежды
Elk kledingstuk wordt apart geprijsd.
de kleigrondB2
глинистая почва
Op kleigrond groeit tarwe goed.
de kleindochterA1
внучка
Zijn kleindochter gaat al naar school.

