Словарь
270 слов · страница 9 из 11
gezondheidstoestandA2
состояние здоровья
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
gezondheidsverschilB2
различия в здоровье
De gezondheidsverschillen tussen wijken zijn groot.
gezondheidsvoorlichtingB1
просвещение по здоровью
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.
gezondheidsvoorzieningB2
медицинское учреждение
De gezondheidsvoorzieningen op het platteland staan onder druk.
gezondheidsvraagstukB2
проблема здравоохранения
Obesitas is een groot gezondheidsvraagstuk.
gezondheidswinstB2
выигрыш для здоровья
Stoppen met roken levert de meeste gezondheidswinst op.
gezondheidszorgB2
здравоохранение
De gezondheidszorg is in Nederland grotendeels verzekerd.
gieterB2
лейка
De gieter staat bij de kraan.
gipsA2
гипс
Zijn arm zit zes weken in het gips.
gisterenA1
вчера
Gisteren was ik ziek.
gladB2
гладкий, скользкий
De vloer is glad na het dweilen.
glanzendB2
глянцевый
Het papier is glanzend.
glasA1
стакан
Mag ik een glas water?
glasbakB2
контейнер для стекла
De glasbak staat om de hoek.
glasvezelB2
оптоволокно
Het dorp krijgt eindelijk glasvezel.
gletsjerB2
ледник
De gletsjers smelten in hoog tempo.
glimlachB2
улыбка
Met een glimlach kom je een heel eind.
glutenvrijB2
без глютена
Dit brood is glutenvrij.
godsdienstB2
вероисповедание
Vrijheid van godsdienst staat in de grondwet.
goedA1
хороший
Het gaat goed met mij.
goededoelenorganisatieB2
благотворительная организация
De goededoelenorganisatie legt jaarlijks verantwoording af.
goedemorgenA1
доброе утро
Goedemorgen, komt u binnen.
goedenavondA1
добрый вечер
Goedenavond, komt u binnen.
goedendagA1
добрый день
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
goedkoopA2
дешёвый
Deze winkel is vrij goedkoop.

