Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

270 слов · страница 5 из 11

  • gemeentedienstB1

    муниципальная служба

    De gemeentedienst haalt het grofvuil op.

  • gemeentehuisB1

    мэрия

    Het gemeentehuis is tot vier uur open.

  • gemeenteloketB1

    окно приёма в мэрии

    Ga naar het gemeenteloket voor een uittreksel.

  • gemeenteraadB1

    городской совет

    De gemeenteraad besliste over het plan.

  • gemeenteraadsvergaderingB1

    заседание горсовета

    De gemeenteraadsvergadering is openbaar.

  • gemengde gevoelensB2

    смешанные чувства

    Ik kijk met gemengde gevoelens terug.

  • gemeubileerdA2

    меблированный

    Wij zoeken een gemeubileerde woning.

  • gemiddeldA2

    в среднем

    Ik werk gemiddeld dertig uur per week.

  • gemiddeldeB2

    среднее значение

    Het gemiddelde ligt op 6,8.

  • gemoedB2

    душевное состояние

    Het nieuws bracht de gemoederen in beweging.

  • gemoedelijkheidB2

    добродушие

    De vergadering verliep in alle gemoedelijkheid.

  • gemoedsbewegingB2

    душевное волнение

    Zijn stem verried enige gemoedsbeweging.

  • gemoedsrustB2

    душевное спокойствие

    Een goede verzekering geeft gemoedsrust.

  • gemoedstoestandB2

    душевное состояние

    Zijn gemoedstoestand wisselt sterk.

  • genderidentiteitB2

    гендерная идентичность

    Genderidentiteit staat los van geboortegeslacht.

  • genderneutraalB2

    гендерно-нейтральный

    De formulieren zijn genderneutraal gemaakt.

  • genderrolB2

    гендерная роль

    Genderrollen zijn de laatste decennia verschoven.

  • gêneB2

    неловкость, смущение

    Er ontstond een pijnlijke gêne in de zaal.

  • genegenheidB2

    привязанность

    Er groeide genegenheid tussen de buren.

  • generaliserenB2

    обобщать

    Je kunt dat niet zomaar generaliseren.

  • generatieB2

    поколение

    De jongere generatie denkt hier anders over.

  • generatiekloofB2

    разрыв поколений

    De generatiekloof is kleiner dan vaak wordt gedacht.

  • generiekB2

    дженерик

    Het generieke middel werkt hetzelfde.

  • genezenA2

    заживать, излечивать

    De wond is goed genezen.

  • genietenB1

    наслаждаться

    Ik geniet van het rustige weekend.