Словарь
474 слов · страница 15 из 19
bonA2
чек
Bewaar de bon voor de garantie.
bondgenootschapB2
союз, альянс
Het bondgenootschap bestaat uit dertig landen.
bonuskaartB2
бонусная карта
Met de bonuskaart krijg je korting.
bonusregelingB2
система премирования
De bonusregeling geldt alleen voor verkopers.
boodschapB2
послание, идея
De boodschap van de campagne is duidelijk.
boodschapoverdrachtB2
передача сообщения
De boodschapoverdracht was niet helder genoeg.
boodschappenA2
продукты, покупки
Ik doe zaterdag boodschappen.
boodschappenlijstjeA2
список покупок
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
boodschappentasA2
сумка для покупок
Neem je eigen boodschappentas mee.
boomB1
дерево
Voor het huis staat een grote boom.
boomsoortB1
порода деревьев
Welke boomsoort groeit hier het beste?
boonA1
фасоль, боб
Er staan bonen op het menu.
boormachineB2
дрель
Mag ik je boormachine even lenen?
boosA2
сердитый
Hij was boos op zijn collega.
bordA1
тарелка
Zet de borden op tafel.
borgA2
залог
De borg krijg je later terug.
borgsomB2
залог за жильё
De borgsom krijg je terug bij vertrek.
borrelB2
неформальные посиделки с напитками
Na het werk is er een borrel.
borstA1
грудь
Hij voelt pijn op zijn borst.
borstvoedingB2
грудное вскармливание
Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.
bosB1
лес
We wandelen graag in het bos.
bosbeheerB2
лесное хозяйство
Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.
bosgebiedB1
лесной массив
Het bosgebied is beschermd.
boterA1
масло
Doe wat boter op je brood.
boterhamA1
бутерброд
Ik neem twee boterhammen mee.

