Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
235 palabras · página 2 de 10
partnerA1
pareja
Mijn partner werkt in het onderwijs.
paspoortaanvraagB2
solicitud de pasaporte
Voor de paspoortaanvraag maak je een afspraak.
passenA2
probarse; quedar bien
Mag ik deze broek even passen?
passende arbeidB2
trabajo adecuado
Na een half jaar is elk werk passende arbeid.
pastaA1
pasta
Vanavond maak ik pasta.
patatA1
patatas fritas
Op vrijdag eten we patat.
patentB2
patente registrada
Het patent loopt over vijf jaar af.
patiëntB1
paciente
De patiënt is goed hersteld.
patiëntendossierB1
historial médico
U mag uw patiëntendossier inzien.
patiëntenrechtB2
derechos del paciente
Inzage in je dossier is een patiëntenrecht.
patiëntenvoorlichtingB2
información al paciente
Goede patiëntenvoorlichting voorkomt misverstanden.
patiëntenzorgB2
atención al paciente
De patiëntenzorg staat onder druk door personeelstekort.
patiëntervaringB2
experiencia del paciente
Patiëntervaringen worden meegenomen in de evaluatie.
patiëntveiligheidB2
seguridad del paciente
Patiëntveiligheid staat voorop in het ziekenhuis.
pauzeA2
descanso
We hebben om twaalf uur pauze.
pauzeringB2
uso de pausas
Goede pauzering maakt een betoog rustiger.
pechA2
avería; mala suerte
Ik had pech met de auto onderweg.
peerA1
pera
Deze peer is heel zoet.
peesB2
tendón
De pees in zijn hiel is ontstoken.
peilbeheerB2
gestión del nivel del agua
Het peilbeheer is een taak van het waterschap.
peilingbureauB2
empresa demoscópica
Het peilingbureau ondervroeg duizend mensen.
penA1
bolígrafo
Heb je een pen voor me?
pensioenB2
jubilación
Zij gaat volgend jaar met pensioen.
pensioenfondsB2
fondo de pensiones
Het pensioenfonds belegt het ingelegde geld.
pensioenstelselB2
sistema de pensiones
Het pensioenstelsel is ingrijpend hervormd.

