Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

4887 слів · сторінка 98 з 196

  • de medewerkerA2

    співробітник, працівник

    Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.

  • de medewerkingB1

    сприяння, співпраця

    Bedankt voor uw medewerking aan het onderzoek.

  • de medezeggenschapB2

    право участі в управлінні

    Werknemers hebben medezeggenschap over het beleid.

  • de medezeggenschapsraadB2

    рада школи з правом голосу

    De medezeggenschapsraad moet instemmen met het plan.

  • de mediaB2

    ЗМІ

    De media besteedden veel aandacht aan het ongeluk.

  • het mediakanaalB2

    медіаканал

    Jongeren gebruiken andere mediakanalen dan ouderen.

  • de mediastrategieB2

    медіастратегія

    De partij heeft een duidelijke mediastrategie.

  • de mediatheekB2

    медіатека

    De mediatheek beheert ook films en audio.

  • de mediawetB2

    закон про ЗМІ

    De Mediawet regelt de publieke omroep.

  • de mediawijsheidB2

    медіаграмотність

    Scholen geven lessen in mediawijsheid.

  • de medicatieB1

    медикаменти

    Neem uw medicatie mee naar het gesprek.

  • het medicijnA2

    ліки

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • het medicijngebruikB2

    вживання ліків

    Het medicijngebruik onder ouderen is hoog.

  • de medicijnkastB1

    шафка для ліків

    Bewaar medicijnen in de medicijnkast.

  • het mediumB1

    засіб (інформації)

    Radio is nog steeds een belangrijk medium voor nieuws.

  • het meelA1

    борошно

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • meerA1

    більше

    Ik heb meer tijd nodig.


    het meer

    озеро

    In de zomer zwemmen we in het meer.

  • de meerderheidB1

    більшість (голосів, людей)

    De meerderheid van de inwoners is tegen het plan.

  • de meerkeuzevraagB2

    питання з вибором відповіді

    Het examen bestaat uit meerkeuzevragen.

  • het meervoudB2

    множина

    Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.

  • de meesterA2

    учитель (поч. школи); майстер

    De meester leest elke dag voor aan de klas.

  • het meetbaarB2

    вимірний

    Het effect is nauwelijks meetbaar.

  • het meetinstrumentB2

    вимірювальний інструмент

    Het meetinstrument moet betrouwbaar zijn.

  • de meeuwB2

    чайка

    De meeuwen pikken het brood zo uit je hand.

  • de meevallerB2

    приємна несподіванка

    De belastingteruggave was een meevaller.