Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

2767 слів · сторінка 92 з 111

  • vanmorgenA1

    сьогодні вранці

    Vanmorgen was het erg koud.

  • vannachtA1

    цієї ночі

    Vannacht heeft het in het hele land gesneeuwd.

  • vanuitB1

    з (звідки)

    Ik werk drie dagen per week vanuit huis.

  • vanwegeB1

    через (причина)

    Vanwege de storm rijden er geen treinen.

  • het varkenA2

    свиня

    Op deze boerderij lopen de varkens buiten.

  • vastB1

    напевно

    Hij is vast al thuis, want het licht brandt.


    постійний

    Ik heb sinds januari een vast contract.

  • vechtenB1неправильне

    vocht · vochten · hebben gevochten

    битися, боротися

    De twee jongens vechten op het schoolplein.

  • veelA1

    багато

    Er zijn veel mensen buiten.

  • de veerbootA2

    пором

    De veerboot vertrekt elk half uur.

  • veertigA1

    сорок

    Hier mag je veertig rijden.

  • vegetarischA2

    вегетаріанський

    Hebben jullie ook vegetarische gerechten?

  • veiligA1

    безпечний

    Werk altijd veilig met deze machine.

  • de veiligheidA2

    безпека

    De veiligheid in de wijk is verbeterd.

  • de veiligheidsgordelB1

    ремінь безпеки

    Doe je veiligheidsgordel om.

  • het veldA2

    поле

    Op het veld achter de school spelen kinderen voetbal.

  • de vensterbankA1

    підвіконня

    Op de vensterbank staan planten.

  • de ventilatieA2

    вентиляція

    Goede ventilatie voorkomt schimmel.

  • verA1

    далеко

    Is het nog ver?

  • veranderenA1

    veranderde · hebben/zijn veranderd

    змінювати(ся)

    Er is veel veranderd dit jaar.

  • de veranderingA2

    зміна

    Dat is een grote verandering voor ons.

  • verantwoordelijkA2

    відповідальний

    Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.

  • de verantwoordelijkheidB1

    відповідальність

    Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.

  • verantwoordenB1

    verantwoordde · hebben verantwoord

    обґрунтовувати (рішення)

    Je moet je keuzes kunnen verantwoorden.


    zich verantwoordenзворотний

    звітувати, відповідати

    Hij moest zich verantwoorden tegenover de directie.

  • verbaasdA2

    здивований

    Ik was verbaasd over zijn antwoord.

  • het verbandA2

    пов'язка, бинт

    Doe er even een verband omheen.