Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

7809 слів · сторінка 76 з 313

  • het etiketA2

    етикетка

    Kijk even op het etiket.

  • etnischB2

    етнічний

    In de wijk wonen mensen van verschillende etnische groepen.

  • het eufemismeB2

    евфемізм

    'Reorganisatie' is vaak een eufemisme voor ontslagen.

  • de euforieB2

    ейфорія

    Na de overwinning heerste er euforie.

  • de euroA1

    євро

    De euro is in twintig landen betaalmiddel.

  • het EuroparlementB2

    Європарламент

    Het Europarlement stemde tegen het voorstel.

  • EuropeesB2

    європейський

    Nederland is lid van de Europese Unie.

  • de eurozoneB2

    єврозона

    Niet elk EU-land hoort bij de eurozone.

  • het evacuatieplanB2

    план евакуації

    Het evacuatieplan wordt jaarlijks geoefend.

  • de evaluatieB1

    оцінка, розбір

    Na het project volgt een evaluatie.

  • evaluerenB2

    evalueerde · hebben geëvalueerd

    підбивати підсумки, оцінювати

    Aan het eind evalueren we het project.

  • evenA1

    хвилинку, трохи

    Wacht even, ik kom eraan.

  • evenalsB1

    так само як, як і

    Zij spreekt Arabisch, evenals haar moeder.

  • eveneensB1

    також (книжн.)

    Haar broer studeert eveneens rechten in Leiden.

  • het evenementB1

    захід

    Het evenement trekt duizenden bezoekers.

  • evengoedB1

    так само добре, все одно

    Je kunt evengoed met de trein gaan als met de auto.

  • evenminB2

    також не

    Hij had geen geld en zijn broer evenmin.

  • eventueelB1

    можливий; за потреби

    Eventuele vragen kunt u per mail stellen.

  • evenveelB1

    стільки ж, однаково

    Jongens en meisjes krijgen evenveel zakgeld.

  • evenwelB2

    утім, однак

    De opzet is helder; de uitwerking evenwel niet.

  • het evenwichtB1

    рівновага

    Na de val verloor de oude man zijn evenwicht.

  • het evenwichtsgevoelB2

    відчуття рівноваги

    Haar evenwichtsgevoel is verstoord.

  • evidentB1

    очевидний

    Het is evident dat we meer personeel nodig hebben.

  • evoluerenB1

    evolueerde · zijn geëvolueerd

    еволюціонувати, розвиватися

    Het kleine bedrijf is geëvolueerd tot een groot merk.

  • de evolutieB2

    еволюція

    Darwin schreef over de evolutie van dieren.