Словник
1962 слів · сторінка 76 з 79
de winkelwagenA2
візок
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
переможець
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
winnenA2неправильне
won · wonnen · hebben gewonnen
вигравати, перемагати
Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?
de winterA1
зима
De winter is hier nat en koud.
wisselenA2
wisselde · hebben gewisseld
міняти (гроші)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?
змінюватися, чергуватися
Het weer wisselt hier van uur tot uur.
witA1
білий
De muren zijn wit geverfd.
de woensdagA1
середа
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de wondA1
рана
Maak de wond eerst schoon.
de wondverzorgingA2
обробка рани
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
wonenA1
woonde · hebben gewoond
жити, мешкати
Wij wonen in Utrecht.
de woningA2
житло
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
житлова корпорація
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
адреса проживання
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
вітальня
De woonkamer is het grootst.
de woonplaatsA2
місце проживання
Vul je naam, adres en woonplaats in.
de woonruimteA2
житлова площа
Woonruimte is in deze stad schaars.
het woordA1
слово
Ik ken dit woord nog niet.
het woordenboekA2
словник
Zoek het woord op in het woordenboek.
wordenA1неправильне
werd · werden · zijn geworden
ставати
Hij wil dokter worden.
(допоміжне дієслово пасивного стану)
De brief wordt morgen verstuurd.
de worstA1
ковбаса
Bij de slager kocht ik worst.
de wortelA1
морква
Doe de wortels in de soep.
корінь
De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.
de yoghurtA1
йогурт
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
de zaakA2
справа; бізнес, крамниця
Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.
de zaalA2
зала
De zaal zat vol voor het concert.
zachtA1
м'який
Dit kussen is lekker zacht.
тихий, неголосний (про звук)
Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

