Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

1962 слів · сторінка 74 з 79

  • de websiteA2

    вебсайт

    De website van de gemeente is vernieuwd.

  • de wedstrijdA1

    матч, змагання

    De wedstrijd begint om drie uur.

  • de weekA1

    тиждень

    Deze week werk ik thuis.

  • de weekdagA1

    будній день

    Op weekdagen sta ik vroeg op.

  • het weekendA1

    вихідні

    In het weekend werk ik niet.

  • het weerA1

    погода

    Het weer verandert hier snel.


    знову

    Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.

  • de wegA1

    дорога

    Deze weg gaat naar het centrum.

  • wegenA2неправильне

    woog · wogen · hebben gewogen

    зважувати; важити

    De verpleegkundige weegt de baby elke maand.

  • weggaanA2відокремлюванийнеправильне

    ging weg · gingen weg · zijn weggegaan

    йти геть

    Wanneer ga je weg?

  • weggooienA2відокремлюваний

    gooide weg · hebben weggegooid

    викидати

    Gooi het oude papier weg.

  • weinigA1

    мало

    Ik heb weinig tijd.

  • wekelijksA1

    щотижня

    De les is wekelijks op dinsdag.

  • welA1

    ж, усе-таки (стверджувальна частка)

    Ik heb geen auto, maar wel een fiets.

  • weleensA2

    колись; іноді

    Ben jij weleens in Maastricht geweest?

  • welkeA1

    який

    Welke bus moet ik nemen?

  • welkomA1

    ласкаво просимо

    Welkom bij ons thuis!

  • wennenA2

    wende · zijn gewend

    звикати

    Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.

  • de wensA2

    бажання (мрія)

    Mijn grootste wens is een eigen huis.

  • wensenA2

    wenste · hebben gewenst

    бажати

    Wij wensen u veel beterschap.

  • de wereldA1

    світ

    Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.

  • het werkA1

    робота

    Ik ga om acht uur naar mijn werk.

  • de werkafspraakA2

    робоча домовленість

    We maken hierover een werkafspraak.

  • het werkbriefjeA2

    табель робочого часу

    Lever je werkbriefje op vrijdag in.

  • de werkdagA2

    робочий день

    Het was een lange werkdag.

  • werkenA1

    werkte · hebben gewerkt

    працювати

    Zij werkt in een ziekenhuis.


    працювати, функціонувати (про пристрій)

    De lift werkt vandaag niet.