Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

223 слів · сторінка 7 з 9

  • stervenB1неправильне

    stierf · stierven · zijn gestorven

    помирати

    Veel bomen sterven door de droge zomers.

  • stijgenB1неправильне

    steeg · stegen · zijn gestegen

    підніматися, зростати

    De prijzen van boodschappen stijgen elk jaar.

  • tegensprekenB2відокремлюванийнеправильне

    sprak tegen · spraken tegen · hebben tegengesproken

    суперечити

    Die cijfers spreken elkaar tegen.

  • terugkomenA2відокремлюванийнеправильне

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    повертатися

    Hij komt volgende week terug.

  • thuisblijvenA2відокремлюванийнеправильне

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    залишатися вдома

    Ik blijf vandaag thuis.

  • toegevenB1відокремлюванийнеправильне

    gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven

    визнавати

    Ze gaf toe dat ze fout zat.


    поступатися, піддаватися

    Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.

  • toestaanA2відокремлюванийнеправильне

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    дозволяти

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • tredenB2неправильне

    trad · traden · zijn getreden

    набирати (чинності)

    De nieuwe wet treedt op één januari in werking.

  • treffenB2неправильне

    trof · troffen · hebben getroffen

    вражати, зачіпати; зустрічати

    De storm trof vooral het noorden van het land.

  • trekkenB1неправильне

    trok · trokken · hebben/zijn getrokken

    тягнути; мандрувати

    Je moet de deur trekken, niet duwen.

  • uitbrengenB2відокремлюванийнеправильне

    bracht uit · brachten uit · hebben uitgebracht

    випускати; віддавати (голос)

    De band brengt volgende maand een nieuw album uit.

  • uitgaanB1відокремлюванийнеправильне

    ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan

    ходити розважатися

    Vroeger gingen we elk weekend uit.


    виходити з (чогось), припускати

    We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.

  • uitgevenA2відокремлюванийнеправильне

    gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven

    витрачати

    Ik geef te veel geld uit aan eten.


    видавати (книги)

    Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.

  • uitkomenA2відокремлюванийнеправильне

    kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen

    підходити (про час)

    Komt dinsdag jou goed uit?


    з'ясуватися, виявитися

    Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.

  • uitstervenB2відокремлюванийнеправильне

    stierf uit · stierven uit · zijn uitgestorven

    вимирати

    Deze vogelsoort dreigt uit te sterven.

  • uitzendenB2відокремлюванийнеправильне

    zond uit · zonden uit · hebben uitgezonden

    транслювати

    De omroep zendt het concert vanavond live uit.

  • uitzoekenA2відокремлюванийнеправильне

    zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht

    з'ясовувати

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • vallenA1неправильне

    viel · vielen · zijn gevallen

    падати

    Pas op, je valt bijna.


    припадати (на дату)

    Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.

  • vangenB1неправильне

    ving · vingen · hebben gevangen

    ловити

    Mijn zoon ving de bal met één hand.

  • vechtenB1неправильне

    vocht · vochten · hebben gevochten

    битися, боротися

    De twee jongens vechten op het schoolplein.

  • verbergenB1неправильне

    verborg · verborgen · hebben verborgen

    ховати, приховувати

    Het kind verbergt het cadeau onder zijn bed.

  • verbiedenA2неправильне

    verbood · verboden · hebben verboden

    забороняти

    Roken is in het gebouw verboden.

  • verbindenB1неправильне

    verbond · verbonden · hebben verbonden

    з'єднувати

    Deze brug verbindt de twee delen van de stad.

  • verblijvenB2неправильне

    verbleef · verbleven · hebben verbleven

    перебувати, проживати

    Tijdens de cursus verblijven de deelnemers in een hotel.

  • verdragenB2неправильне

    verdroeg · verdroegen · hebben verdragen

    переносити, терпіти

    Ik kan de hitte in de zomer slecht verdragen.