Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

217 слів · сторінка 7 з 9

  • rondA1

    круглий

    De tafel is rond.


    близько, навколо

    De vergadering begint rond twee uur.

  • roodA1

    червоний

    Ze draagt een rode jas.

  • rozeA1

    рожевий

    Zij draagt een roze jurk.

  • rustigA2

    спокійний, тихий

    Het is hier lekker rustig.

  • scherpA2

    гострий

    Pas op, dat mes is heel scherp.

  • schoonA1

    чистий

    De keuken is weer schoon.

  • schuldigA2

    винний

    De rechter achtte hem schuldig.

  • simpelA2

    простий (нескладний)

    Het recept is heel simpel, je hebt maar drie dingen nodig.

  • slechtA1

    поганий

    Het weer is vandaag slecht.

  • slimA2

    розумний, кмітливий

    Dat is een slim idee, zo besparen we tijd.

  • snelA1

    швидкий

    Hij loopt heel snel.

  • sociaalA1

    соціальний, товариський

    Hij is heel sociaal en maakt snel contact.

  • somberA2

    похмурий, пригнічений

    In november voel ik me vaak somber.

  • spannendA2

    хвилюючий, напружений

    Het examen vond hij vooral spannend.

  • speciaalA2

    спеціальний, особливий

    Dit restaurant heeft een speciaal menu voor kinderen.

  • sterkA1

    сильний

    Hij is heel sterk.


    міцний (про каву, чай)

    Ik drink 's ochtends graag sterke koffie.

  • stilA1

    тихий

    Wees even stil, alsjeblieft.

  • het stukA1

    шматок

    Wil je een stuk taart?


    зламаний, не працює

    De lift is al een week stuk.

  • suikervrijA1

    без цукру

    Deze thee is suikervrij.

  • tegelijkA2

    одночасно

    Praat niet allemaal tegelijk.

  • teleurgesteldA2

    розчарований

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • tevredenA2

    задоволений

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • trotsA1

    гордий; гордість

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • tweedehandsA2

    вживаний

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • typischA2

    типовий

    Dat is typisch Nederlands.