Словник
1756 слів · сторінка 66 з 71
de wasdrogerA2
сушильна машина
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
білизна (для прання)
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
пральна машина
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
кошик для білизни
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2неправильне
waste · wasten · hebben gewassen
прати, мити
Ik moet nog kleren wassen.
de wastafelA2
умивальник
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
що
Wat doe je?
het waterA1
вода
Drink veel water op een warme dag.
de webshopA2
інтернет-магазин
Ik bestel het liever in een webshop.
de websiteA2
вебсайт
De website van de gemeente is vernieuwd.
de wedstrijdA1
матч, змагання
De wedstrijd begint om drie uur.
de weekA1
тиждень
Deze week werk ik thuis.
de weekdagA1
будній день
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekendA1
вихідні
In het weekend werk ik niet.
het weerA1
погода
Het weer verandert hier snel.
знову
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
de wegA1
дорога
Deze weg gaat naar het centrum.
weggaanA2відокремлюванийнеправильне
ging weg · gingen weg · zijn weggegaan
йти геть
Wanneer ga je weg?
weggooienA2відокремлюваний
gooide weg · hebben weggegooid
викидати
Gooi het oude papier weg.
weinigA1
мало
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
щотижня
De les is wekelijks op dinsdag.
welA1
ж, усе-таки (стверджувальна частка)
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
welkeA1
який
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
ласкаво просимо
Welkom bij ons thuis!
wennenA2
wende · zijn gewend
звикати
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
бажання (мрія)
Mijn grootste wens is een eigen huis.

