Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

3699 слів · сторінка 65 з 148

  • de leerlijnB1

    освітня траєкторія

    De leerlijn loopt van A1 tot B2.

  • de leerlingA2

    учень

    In deze klas zitten 25 leerlingen.

  • het leermomentB1

    момент навчання

    Elke fout is een leermoment.

  • de leerplichtA2

    обов'язкова шкільна освіта

    In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.

  • het leerprocesB1

    процес навчання

    Fouten maken hoort bij het leerproces.

  • de leerstijlB1

    стиль навчання

    Iedereen heeft een andere leerstijl.

  • de leerstofB1

    навчальний зміст, матеріал

    De leerstof van dit blok is pittig.

  • de leesvaardigheidB1

    навичка читання

    Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.

  • de leeuwA2

    лев

    De leeuw is een symbool van Nederland.

  • het legerA1

    армія

    Het leger hielp bij de evacuatie.

  • leggenA1

    legde · hebben gelegd

    класти

    Leg het boek op tafel.

  • de legitimatieB1

    посвідчення особи

    Bij de balie moet u legitimatie tonen.

  • leidenB1

    leidde · hebben geleid

    керувати, вести

    Zij leidt al vijf jaar een team van tien mensen.

  • de leiderB1

    лідер, ватажок

    De leider van de groep vertelt waar we heen gaan.

  • de leidingB1

    керівництво; трубопровід

    Zij heeft de leiding over het hele project.

  • de leidinggevendeB1

    керівник

    Bespreek dat met je leidinggevende.

  • lekA2

    дірявий, проколотий

    Mijn fietsband is lek, ik moet lopen.

  • lekkenB1

    lekte · hebben gelekt

    протікати

    Het dak lekt als het hard regent.

  • lekkerA1

    смачний, приємний

    Deze soep is heel lekker.

  • lelijkA1

    потворний

    Dat gebouw vind ik lelijk.

  • lenenA2

    leende · hebben geleend

    позичати

    Kan ik tien euro van je lenen?

  • de lengteA2

    довжина; зріст

    Wat is je lengte en je gewicht?

  • de leningB1

    кредит, позика

    Hij sloot een lening af voor de auto.

  • de lenteA1

    весна

    In de lente bloeien de tulpen.

  • de lepelA1

    ложка

    Ik eet soep met een lepel.