Словник
3699 слів · сторінка 44 з 148
gewoonA1
звичайний; просто
Het was een gewone dag op kantoor.
gewoonlijkB1
звичайно
Gewoonlijk drink ik 's ochtends thee.
de gewoonteA2
звичка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
het gezagB1
влада, авторитет
De politie heeft het gezag op straat.
gezamenlijkB1
спільний
De buren organiseren een gezamenlijke dag om de straat schoon te maken.
gezelligB1
затишний, приємний
Het was een gezellige avond.
de gezelligheidB1
затишок, приємна атмосфера
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
het gezelschapB1
компанія, товариство
Hij houdt van gezelschap.
het gezelschapsspelB1
настільна гра
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
het gezichtA1
обличчя
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
сім'я (домогосподарство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondA2
здоровий
Hij eet heel gezond.
de gezondheidB1
здоров'я
Zorg goed voor je gezondheid.
het gezondheidscentrumB1
медичний центр
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
de gezondheidscheckB1
перевірка здоров'я, чекап
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
de gezondheidsklachtB1
скарга на здоров'я
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
de gezondheidstoestandA2
стан здоров'я
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
de gezondheidsvoorlichtingB1
просвіта щодо здоров'я
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.
de gidsA2
гід; путівник
Een gids liet ons de oude stad zien.
gigantischB1
гігантський
Er stond een gigantische rij bij de kassa.
het gipsA2
гіпс
Zijn arm zit zes weken in het gips.
gisteravondA2
учора ввечері
Gisteravond hebben we lekker gegeten bij vrienden.
gisterenA1
вчора
Gisteren was ik ziek.
de gitaarA2
гітара
Mijn broer speelt elke avond gitaar.
het glasA1
склянка
Mag ik een glas water?
скло
De deur van de keuken is van hout en glas.

