Словник
1768 слів · сторінка 44 з 71
de prikA2
укол
De prik deed nauwelijks pijn.
de PrinsjesdagA2
день відкриття парламентського року
Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de begroting.
de prioriteitB1
пріоритет
Dit project heeft de hoogste prioriteit.
het probleemA1
проблема
We hebben een klein probleem.
de procedureB1
процедура
De procedure duurt ongeveer zes weken.
het productA2
товар, продукт
Dit product is uitverkocht.
de productieA2
виробництво
De productie is naar het buitenland verplaatst.
de productinformatieA2
інформація про товар
De productinformatie staat op de doos.
de proeftijdA2
випробувальний термін
De proeftijd duurt één maand.
de professorB1
професор (розм.)
De professor geeft college aan honderd studenten.
het programmaA2
програма, передача
Op tv is vanavond een leuk programma over dieren.
het projectB1
проєкт
Ons team werkt deze maand aan een nieuw project.
de promotieB1
підвищення на посаді
Zij heeft promotie gekregen.
de provincieA1
провінція
Nederland telt twaalf provincies.
de prullenbakA1
смітник (кошик)
Gooi het papier in de prullenbak.
de publicatieA2
публікація
De publicatie verscheen vorige maand.
het publiekA1
аудиторія; публіка
Het programma trekt een jong publiek.
het puntA2
пункт, момент; бал
Je hebt gelijk, dat is een belangrijk punt.
de raadB1
порада; рада
Mijn buurman gaf mij een goede raad over de tuin.
het raamA1
вікно
Het raam staat open.
de radioA1
радіо
In de auto luister ik altijd naar de radio.
de randB1
край
Ze wonen aan de rand van de stad.
het rapportA2
табель; звіт
Mijn dochter heeft een goed rapport gekregen.
de reactieA1
коментар, відгук
Onder het bericht staan honderd reacties.
de reactietermijnB1
строк для відповіді
De reactietermijn is twee weken.

