Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

4398 слів · сторінка 40 з 176

  • het duoB2

    агентство з питань освіти

    Studiefinanciering vraag je aan bij duo.

  • duurA2

    дорогий

    Die telefoon is te duur.


    de duur

    тривалість

    De duur van de cursus is zes maanden.

  • de duurzaamheidB2

    сталість, екологічність

    Duurzaamheid staat hoog op de agenda.

  • het duurzaamheidsbeleidB2

    політика сталого розвитку

    Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is ambitieus.

  • de dvdA2

    DVD-диск

    We kijken vanavond samen naar een oude dvd.

  • de dyscalculieB2

    дискалькулія

    Dyscalculie is minder bekend dan dyslexie.

  • de dyslexieB2

    дислексія

    Met dyslexie mag je het examen op de computer maken.

  • het e-boekB2

    електронна книга

    Het e-boek is goedkoper dan de papieren versie.

  • de e-learningB2

    електронне навчання

    Het bedrijf gebruikt e-learning voor bijscholing.

  • het e-mailberichtB1

    електронний лист

    Ik stuurde een e-mailbericht naar de gemeente.

  • het e-mailverkeerB2

    електронне листування

    Het hele e-mailverkeer is opgeslagen.

  • de ebB2

    відплив

    Bij eb kun je naar het eiland lopen.

  • de echoB2

    відлуння

    In de lege zaal hoorde je de echo van zijn stem.


    УЗД

    Bij twintig weken volgt een echo.

  • de echtgenootA1

    чоловік (подружжя)

    Haar echtgenoot werkt in het buitenland.

  • de echtgenoteB2

    дружина (офіц.)

    De burgemeester kwam samen met zijn echtgenote.

  • het echtpaarB2

    подружжя

    Het oude echtpaar is zestig jaar getrouwd.

  • de echtscheidingB2

    розлучення

    Na de echtscheiding bleef het contact goed.

  • de economieA2

    економіка

    De economie groeide licht dit kwartaal.

  • het ecosysteemB2

    екосистема

    Het ecosysteem raakt uit balans.

  • het eczeemB2

    екзема

    Het eczeem komt in de winter terug.

  • de editieB1

    випуск, видання

    Dit is de tiende editie van het festival.

  • de eedB2

    клятва, присяга

    De getuige legde in de rechtbank een eed af.

  • de eendB2

    качка

    De eenden zwemmen in de gracht.

  • de eenheidB1

    єдність; одиниця

    Na het conflict zocht het land naar eenheid.

  • het eenoudergezinB2

    неповна сім'я

    Een eenoudergezin heeft vaker een laag inkomen.