Словник
2767 слів · сторінка 4 з 111
de afspraakA2
прийом, зустріч
Ik heb een afspraak om half drie.
afsprekenB1відокремлюванийнеправильне
sprak af · spraken af · hebben afgesproken
домовлятися
Zullen we iets afspreken voor vrijdag?
de afstandB1
відстань
De afstand van mijn huis naar het werk is tien kilometer.
de aftrekpostB1
податкове вирахування
Studiekosten waren vroeger een aftrekpost.
het afvalA2
сміття
Het afval wordt op dinsdag opgehaald.
de afvalbakB1
смітник
Gooi het in de afvalbak.
de afvalcontainerB1
сміттєвий контейнер
De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.
de afvalinzamelingB1
вивезення сміття
De afvalinzameling is op donderdag.
zich afvragenB1відокремлюванийзворотнийнеправильне
vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd
замислюватися, чи
Ik vraag me af of dat wel klopt.
afwassenA2відокремлюванийнеправильне
waste af · wasten af · hebben afgewassen
мити посуд
Wie wast er vanavond af?
afwezigA2
відсутній
Hij was vorige week afwezig.
afwijzenB1відокремлюванийнеправильне
wees af · wezen af · hebben afgewezen
відхиляти
Mijn aanvraag is afgewezen.
afzeggenA2відокремлюванийнеправильне
zei af · zeiden af · hebben afgezegd
скасувати (зустріч)
Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.
de afzenderB1
відправник
De afzender staat op de achterkant.
het afzenderadresB1
адреса відправника
Zet je afzenderadres op de envelop.
de agendaA2
щоденник, порядок денний
Ik zet de afspraak in mijn agenda.
de agentA2
поліцейський
De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.
het akkoordB1
угода, згода
Na lang praten kwamen ze tot een akkoord.
alA1
вже
Ben je er nu al?
de alcoholB1
алкоголь
Drink geen alcohol bij deze medicijnen.
algemeenB1
загальний
In het algemeen ben ik tevreden over mijn werk.
allebeiA1
обидва
Wij werken allebei fulltime.
alleenA1
сам; тільки
Ik woon alleen.
alleenstaandA1
самотній, без партнера
Zij is een alleenstaande moeder.
allemaalA1
усі
We gaan allemaal mee.

