Словник
1768 слів · сторінка 37 з 71
het museumA2
музей
Het museum is op maandag gesloten.
de museumkaartB1
музейна картка
Met een museumkaart kom je overal gratis binnen.
de muurA1
стіна
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
музика
Ik luister graag naar muziek.
de muzieklesB1
урок музики
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.
de naamA1
ім'я
Wat is jouw naam?
de nachtA1
ніч
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
нічна зміна
Deze week heb ik nachtdienst.
de nagelA1
ніготь
Mijn nagels zijn te lang.
het nagerechtA2
десерт
Als nagerecht is er ijs.
de naturalisatieA2
натуралізація
Na naturalisatie krijg je het Nederlandse paspoort.
de natuurA2
природа
Op zondag wandelen we graag in de natuur.
het natuurbeheerB1
управління природними територіями
Natuurbeheer kost veel geld.
de natuurbeschermingB1
охорона природи
Natuurbescherming is bij wet geregeld.
de natuurrampB1
стихійне лихо
De natuurramp trof duizenden mensen.
de natuurwandelingB1
прогулянка на природі
Zondag maken we een natuurwandeling.
de nazorgB1
подальший догляд
Na de operatie krijgt u nazorg thuis.
het NederlandsA1
нідерландська мова
Ik leer al twee jaar Nederlands op een taalschool.
de neefA1
двоюрідний брат, племінник
Mijn neef is even oud als ik.
de neerslagB1
опади
Er wordt veel neerslag verwacht.
de nekA1
шия
Ik heb een stijve nek.
het netwerkA2
мережа
Het netwerk lag er een halve dag uit.
de neusA1
ніс
Mijn neus is verstopt.
de nichtA1
двоюрідна сестра, племінниця
Mijn nicht woont in Rotterdam.
de nierA1
нирка
Hij heeft problemen met zijn nieren.

