Словник
1053 слів · сторінка 36 з 43
het treinkaartjeA2
квиток на потяг
Koop je treinkaartje van tevoren.
de treinreisA2
поїздка потягом
De treinreis duurt anderhalf uur.
de treinstoringA2
збій у русі потягів
Door een treinstoring reden er geen treinen.
de tuinA1
сад
We hebben een kleine tuin achter het huis.
het tuinonderhoudA2
догляд за садом
Het tuinonderhoud doen we zelf.
het tuinpadA1
садова доріжка
Het tuinpad ligt vol bladeren.
de tuinstoelA1
садовий стілець
De tuinstoelen staan in de schuur.
de tunnelA2
тунель
Door de tunnel ben je er sneller.
de tvA1
телевізор, ТБ
We kijken vanavond samen een film op tv.
de tweelingA1
близнюки
Zij heeft een tweeling gekregen.
de uiA1
цибуля
Van een ui moet ik huilen.
de uitgaveA2
витрата
Dit is een grote uitgave voor ons.
de uitkeringA2
допомога (виплата)
Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.
de uitspraakA2
вимова
Je uitspraak is al veel beter.
de uitverkoopA2
розпродаж
In januari is er uitverkoop.
de uitzendingA2
передача, ефір
De uitzending begint om acht uur.
het uniformA2
форма
Op dit werk draag je een uniform.
de universiteitA1
університет
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
het uurA1
година
De les duurt één uur.
het UWVA2
агентство страхування зайнятості
Je uitkering loopt via het UWV.
de vaderA1
батько
Mijn vader kookt heel goed.
de vakantieA2
відпустка, канікули
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
de vakantiedagenA2
дні відпустки
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
de valA1
падіння
Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.
het varkenA2
свиня
Op deze boerderij lopen de varkens buiten.

