Словник
1768 слів · сторінка 35 з 71
de medewerkerA2
співробітник, працівник
Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.
de medicatieB1
медикаменти
Neem uw medicatie mee naar het gesprek.
het medicijnA2
ліки
Neem dit medicijn twee keer per dag.
de medicijnkastB1
шафка для ліків
Bewaar medicijnen in de medicijnkast.
het meelA1
борошно
Voor dit recept heb je meel nodig.
meerA1
більше
Ik heb meer tijd nodig.
het meer
озеро
In de zomer zwemmen we in het meer.
de meesterA2
учитель (поч. школи); майстер
De meester leest elke dag voor aan de klas.
meiA1
травень
Mijn verjaardag is in mei.
de meidA2
дівчина (розм.)
Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.
het meisjeA1
дівчинка
Het meisje speelt buiten.
het meldpuntB1
пункт прийому скарг
Er is een meldpunt voor discriminatie.
de melkA1
молоко
Wil je melk in je koffie?
de meneerA1
пан
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
de meningA2
думка
Wat is jouw mening hierover?
de mensA1
людина
Hij is een aardig mens.
de mensenA1
люди
Er waren veel mensen op het feest.
het merkA2
марка, бренд
Welk merk koop jij meestal?
merkenA2
merkte · hebben gemerkt
помічати
Ik merk dat het beter gaat.
de merken
марки, бренди (мн. від merk)
In deze winkel verkopen ze alleen bekende merken.
het mesA1
ніж
Dit mes is niet scherp.
de meterA1
метр
De kamer is vier meter lang en drie meter breed.
de methodeA2
метод
Welke methode hebben de onderzoekers gebruikt?
de metroA2
метро
In Amsterdam kun je met de metro.
de meubelsA2
меблі
We hebben nieuwe meubels gekocht.
de mevrouwA1
пані
Mevrouw, u bent uw handschoen in de bus vergeten.
de middagA1
день (пора доби)
We eten om twaalf uur 's middags.

