Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

796 слів · сторінка 32 з 32

  • zettenA1

    zette · hebben gezet

    ставити

    Zet de stoel bij het raam.

  • zevenA1

    сім

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    сімдесят

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • ziekA1

    хворий

    Ik ben vandaag ziek.

  • de ziekteA1

    хвороба

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • zienA1неправильне

    zag · zagen · hebben gezien

    бачити

    Ik zie je morgen.

  • zijnA1неправильне

    was · waren · zijn geweest

    бути

    Ik ben blij dat je er bent.


    його (присвійне)

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • zittenA1неправильне

    zat · zaten · hebben gezeten

    сидіти

    Zij zit op de bank.


    бути, лежати (всередині чогось)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zoA1

    так

    Doe het zo.

  • zoekenA1неправильне

    zocht · zochten · hebben gezocht

    шукати

    Ik zoek mijn sleutels.

  • de zolderA1

    горище

    De oude spullen liggen op zolder.

  • de zomerA1

    літо

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • de zondagA1

    неділя

    Zondag zijn veel winkels dicht.

  • zonderA1

    без

    Koffie zonder suiker, alstublieft.

  • de zoonA1

    син

    Hun zoon gaat naar school.

  • het zoutA1

    сіль

    Er zit te veel zout in.


    солоний

    De soep is me veel te zout.

  • zullenA1неправильне

    zou · zouden

    буде (майб. час)

    Zullen we koffie drinken?

  • de zusA1

    сестра

    Ik bel mijn zus elke week.

  • de zwagerA1

    шурин, дівер

    Mijn zwager woont in Rotterdam.

  • zwakA1

    слабкий

    Na de griep voelde ik me zwak.

  • zwartA1

    чорний

    Hij heeft zwarte schoenen aan.


    нелегально, без оформлення (про роботу)

    Zwart werken kan een hoge boete opleveren.