Словник
1756 слів · сторінка 30 з 71
kostenA2
kostte · hebben gekost
коштувати
De cursus kost honderd euro per maand.
de kosten
затрати, вартість
De kosten vallen mee.
koudA1
холодний
Het eten is koud geworden.
de kraanA2
кран
De kraan lekt al een week.
de krantA1
газета
Mijn vader leest elke dag de krant.
krijgenA1неправильне
kreeg · kregen · hebben gekregen
отримувати
Ik heb een brief gekregen.
kritischA2
критичний
Lees de tekst kritisch.
de kruidenA2
приправи, спеції
Doe er wat kruiden bij.
kunnenA1неправильне
kon · konden · hebben gekund
могти, уміти
Kun je mij helpen?
de kunstA2
мистецтво
In dit museum zie je moderne kunst.
de kunstenaarA2
митець
De kunstenaar werkt vooral met gerecycled materiaal.
het kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.
de kustA2
узбережжя
De Nederlandse kust wordt beschermd door duinen.
kwaadA2
злий, розсерджений
Hij werd kwaad om die opmerking.
de kwaliteitA2
якість
De kwaliteit is goed voor die prijs.
het kwartierA1
чверть години
Het duurt nog een kwartier.
kwijtA2
загублений
Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?
laagA1
низький
De prijs is nu laag.
de laag
шар
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
пізно
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
останній
Dit is de laatste bus.
lachenA1неправильне
lachte · lachten · hebben gelachen
сміятися
We hebben veel gelachen.
het lakenA1
простирадло
De lakens moeten in de was.
de lampA1
лампа
De lamp in de gang is kapot.
het landA1
країна
Uit welk land kom je?
langA1
довго, довгий
Het duurt niet lang.
langsA2
уздовж; повз
We fietsen langs de rivier naar het centrum.

