Словник
1053 слів · сторінка 3 з 43
de badkuipA2
ванна
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
багаж
Laat je bagage niet alleen achter.
de bakkerA2
пекарня, пекар
Ik haal brood bij de bakker.
de balA1
м'яч
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balieA2
стійка (реєстрації)
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
het balkonA2
балкон
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
банан
Wil je een banaan?
de bandA2
шина, покришка
Mijn band is lek.
de bankA2
банк
Ik heb een rekening bij deze bank.
диван; лавка
We zitten 's avonds samen op de bank te lezen.
de bankrekeningA2
банківський рахунок
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de basisschoolA2
початкова школа
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
баскетбол
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.
de batterijA1
батарейка
De batterij is leeg.
het bedA1
ліжко
Ik ga vroeg naar bed.
het bedragA2
сума
Het bedrag staat onderaan de rekening.
het bedrijfA1
компанія, фірма
Zij werkt bij een groot bedrijf.
de bedrijfskledingA2
робоча форма
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
de bedrijfsregelsA2
правила компанії
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
het bedrijfsuitjeA2
корпоративний виїзд
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
het beenA1
нога
Hij heeft zijn been gebroken.
het beetjeA1
трохи
Ik spreek al een beetje Nederlands en Engels.
het beginA1
початок
Aan het begin van de les zeggen we iets over het weekend.
de belA1
дзвінок (дверний)
De bel doet het niet.
de belastingA2
податок
Je moet elk jaar belasting aangeven.
de belastingdienstA2
податкова служба
De belastingdienst stuurt in maart een brief.

