Словник
7824 слів · сторінка 286 з 313
het vonnisB2
вирок
Het vonnis viel milder uit dan verwacht.
voorA1
для; перед
Dit cadeau is voor jou.
vooraanB1
попереду, в першому ряду
Bij het concert stonden we helemaal vooraan.
voorafB2
наперед
Meld je vooraf aan via de website.
voorafgaanB1відокремлюванийнеправильне
ging vooraf · gingen vooraf · zijn voorafgegaan
передувати
Aan de operatie gaat een gesprek met de arts vooraf.
vooralA1
особливо, головним чином
Ik oefen vooral spreken.
vooralsnogB2
поки що, до певного часу
Vooralsnog blijft de bibliotheek gewoon open.
het voorbeeldA2
приклад
Kun je een voorbeeld geven?
voorbereidenA2відокремлюваний
bereidde voor · hebben voorbereid
готувати (щось)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenзворотний
готуватися
Ik bereid me voor op het examen.
de voorbereidingB1
підготовка
Een goede voorbereiding is de helft van het werk.
voorbijA2
минув; повз
De zomer is weer veel te snel voorbij.
voorbijgaanB2відокремлюванийнеправильне
ging voorbij · gingen voorbij · zijn voorbijgegaan
минати, проходити повз
De zomer is dit jaar heel snel voorbijgegaan.
de voorbijgangerB2
перехожий
Een voorbijganger zag het ongeluk en belde de ambulance.
voordatA2
перш ніж
Was je handen voordat je gaat eten.
het voordeelB1
перевага, вигода
Een voordeel van dit huis is de grote tuin.
de voordeurA1
вхідні двері
De voordeur zit op slot.
voordienB2
до цього, раніше
Hij werkt nu bij de bank; voordien was hij leraar.
zich voordoenB1відокремлюванийзворотнийнеправильне
deed voor · deden voor · hebben voorgedaan
виникати (про ситуацію)
Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.
voorgaanB1відокремлюванийнеправильне
ging voor · gingen voor · zijn voorgegaan
проходити першим; мати пріоритет
Gaat u maar voor, ik wacht wel even.
de voorgangerB1
попередник
De nieuwe directeur is jonger dan zijn voorganger.
het voorgerechtA2
закуска
Als voorgerecht nemen we soep.
voorgoedB2
назавжди
Na twintig jaar vertrok hij voorgoed naar Spanje.
voorheenB1
раніше, колись
Voorheen was hier een school, nu zijn het woningen.
het voorhoofdB2
чоло, лоб
De moeder voelde aan het voorhoofd van haar kind.
voorinB1
спереду, на передньому сидінні
Mag ik voorin zitten, naast de chauffeur?

