Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

796 слів · сторінка 28 з 32

  • veiligA1

    безпечний

    Werk altijd veilig met deze machine.

  • de vensterbankA1

    підвіконня

    Op de vensterbank staan planten.

  • verA1

    далеко

    Is het nog ver?

  • veranderenA1

    veranderde · hebben/zijn veranderd

    змінювати(ся)

    Er is veel veranderd dit jaar.

  • verdienenA1

    verdiende · hebben verdiend

    заробляти

    Hoeveel verdien je per uur?

  • de verdiepingA1

    поверх

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • vergetenA1неправильне

    vergat · vergaten · hebben vergeten

    забувати

    Ik ben mijn telefoon vergeten.

  • de verjaardagA1

    день народження

    Morgen is mijn verjaardag.

  • verkopenA1неправильне

    verkocht · verkochten · hebben verkocht

    продавати

    Ze verkopen hier verse groente.

  • verloofdA1

    заручений

    Ze zijn sinds vorige maand verloofd.

  • verschillendA1

    різний

    We hebben verschillende opties bekeken.

  • vertellenA1

    vertelde · hebben verteld

    розповідати

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    довіряти

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    довіра

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • verwachtenA1

    verwachtte · hebben verwacht

    очікувати

    We verwachten hem om zes uur.

  • de videoA1

    відео

    Ik heb een korte video van het feest gemaakt.

  • vierA1

    чотири

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    четвертий

    Dit is mijn vierde les.

  • vierkantA1

    квадратний

    Het plein is bijna vierkant.

  • viesA1

    брудний

    Je schoenen zijn vies.


    неприємний, несмачний (про смак, запах)

    Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.

  • vijfA1

    п'ять

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    п'ятий

    Neem de vijfde straat links.

  • vijftigA1

    п'ятдесят

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • vindenA1неправильне

    vond · vonden · hebben gevonden

    знаходити; вважати

    Ik kan het niet vinden.

  • de vingerA1

    палець

    Ik heb mijn vinger gesneden.

  • de visA1

    риба

    Op vrijdag eten we vaak vis.