Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

7085 слів · сторінка 235 з 284

  • uitroepenB1відокремлюванийнеправильне

    riep uit · riepen uit · hebben uitgeroepen

    проголошувати; вигукувати

    De burgemeester riep de noodtoestand uit.

  • uitrustenB1відокремлюваний

    rustte uit · hebben uitgerust

    відпочивати

    Na die drukke week moet ik even uitrusten.


    оснащувати, обладнувати

    De nieuwe auto is uitgerust met airco.

  • uitschakelenB1відокремлюваний

    schakelde uit · hebben uitgeschakeld

    вимикати; вибивати

    Schakel je telefoon uit tijdens de voorstelling.

  • de uitslagB1

    результат (аналізу); висип

    De uitslag van het bloedonderzoek is goed.

  • uitsluitenB1відокремлюванийнеправильне

    sloot uit · sloten uit · hebben uitgesloten

    виключати

    De dokter kan een ernstige ziekte niet uitsluiten.

  • uitsluitendB1

    виключно

    Deze parkeerplaats is uitsluitend voor bewoners.

  • de uitsluitingB2

    виключення (із суспільства)

    Armoede leidt vaak tot sociale uitsluiting.

  • de uitspraakA2

    вимова

    Je uitspraak is al veel beter.

  • uitsprekenB1відокремлюванийнеправильне

    sprak uit · spraken uit · hebben uitgesproken

    вимовляти; висловлювати

    Hoe spreek je dit woord correct uit?

  • het uitstapjeB1

    поїздка, екскурсія

    Met de klas maken we een uitstapje naar het museum.

  • uitstappenA2відокремлюваний

    stapte uit · zijn uitgestapt

    виходити (з транспорту)

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitstekendB1

    відмінний

    Je hebt het examen uitstekend gemaakt!

  • uitstellenB1відокремлюваний

    stelde uit · hebben uitgesteld

    відкладати

    De vergadering is uitgesteld tot volgende week.

  • uitstervenB1відокремлюванийнеправильне

    stierf uit · stierven uit · zijn uitgestorven

    вимирати

    Deze vogelsoort dreigt uit te sterven.

  • de uitstootB2

    викиди

    De uitstoot van CO2 moet omlaag.

  • uittrekkenB1відокремлюванийнеправильне

    trok uit · trokken uit · hebben uitgetrokken

    знімати (одяг); виділяти (гроші, час)

    Trek je schoenen uit voordat je binnenkomt.

  • het uittrekselB2

    витяг з реєстру

    Vraag een uittreksel uit het bevolkingsregister aan.

  • de uitvaartB2

    поховальна церемонія

    De uitvaart was in besloten kring.

  • de uitvaartverzekeringB2

    страхування похорону

    Zij sloot al jong een uitvaartverzekering af.

  • uitvallenB1відокремлюванийнеправильне

    viel uit · vielen uit · zijn uitgevallen

    скасовуватися; виходити з ладу; випадати

    Door de storm vallen veel treinen uit.

  • uitverkochtA2

    розпродано

    Die maat is helaas uitverkocht.

  • de uitverkoopA2

    розпродаж

    In januari is er uitverkoop.

  • uitverkopenB1відокремлюванийнеправильне

    verkocht uit · verkochten uit · hebben uitverkocht

    розпродавати

    Het concert was binnen een uur uitverkocht.

  • uitvindenB1відокремлюванийнеправильне

    vond uit · vonden uit · hebben uitgevonden

    винаходити; з’ясовувати

    Weet jij wie de telefoon heeft uitgevonden?

  • uitvoerenB1відокремлюваний

    voerde uit · hebben uitgevoerd

    виконувати

    De schilder voert de opdracht volgende week uit.