Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

3981 слів · сторінка 21 з 160

  • de bonA2

    чек

    Bewaar de bon voor de garantie.


    штраф (квитанція)

    Hij kreeg een bon omdat hij te hard reed.

  • het bondgenootschapB2

    союз, альянс

    Het bondgenootschap bestaat uit dertig landen.

  • de bonuskaartB2

    бонусна картка

    Met de bonuskaart krijg je korting.

  • de boodschapA2

    послання, ідея

    De boodschap van de campagne is duidelijk.

  • de boodschappenA2

    продукти, покупки

    Ik doe zaterdag boodschappen.

  • het boodschappenlijstjeA2

    список покупок

    Ik maak altijd een boodschappenlijstje.

  • de boodschappentasA2

    сумка для покупок

    Neem je eigen boodschappentas mee.

  • de boomA2

    дерево

    Voor het huis staat een grote boom.

  • de boomsoortB1

    порода дерев

    Welke boomsoort groeit hier het beste?

  • de boonA1

    квасоля, біб

    Er staan bonen op het menu.

  • de boordB1

    борт (на борту)

    Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.

  • de boormachineB2

    дриль

    Mag ik je boormachine even lenen?

  • het bordA1

    тарілка

    Zet de borden op tafel.


    табличка, знак

    Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.

  • de borgA2

    застава

    De borg krijg je later terug.

  • de borgsomB2

    застава за житло

    De borgsom krijg je terug bij vertrek.

  • de borrelB2

    неформальні посиденьки з напоями

    Na het werk is er een borrel.

  • de borstA1

    груди

    Hij voelt pijn op zijn borst.

  • de borstvoedingB2

    грудне вигодовування

    Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.

  • het bosA2

    ліс

    We wandelen graag in het bos.


    de bos

    букет, пучок

    Hij kwam thuis met een bos bloemen voor zijn moeder.

  • het bosbeheerB2

    лісове господарство

    Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.

  • het bosgebiedB1

    лісовий масив

    Het bosgebied is beschermd.

  • de boterA1

    масло

    Doe wat boter op je brood.

  • de boterhamA1

    бутерброд

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • de bouwB1

    будівництво

    Mijn broer werkt al twintig jaar in de bouw.

  • de bouwsectorB2

    будівельний сектор

    In de bouwsector is een groot personeelstekort.