Словник
634 слів · сторінка 20 з 26
treffenB2неправильне
trof · troffen · hebben getroffen
вражати, зачіпати; зустрічати
De storm trof vooral het noorden van het land.
trekkenB1неправильне
trok · trokken · hebben/zijn getrokken
тягнути; мандрувати
Je moet de deur trekken, niet duwen.
trillenB2
trilde · hebben getrild
тремтіти
Zijn handen trilden van de zenuwen.
troostenB2
troostte · hebben getroost
втішати
Ze troostte haar dochter na de uitslag.
trouwenA1
trouwde · zijn getrouwd
одружуватися, виходити заміж
Zij gaan in juni trouwen.
tuinierenB1
tuinierde · hebben getuinierd
займатися садом
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.
twijfelenA2
twijfelde · hebben getwijfeld
сумніватися
Ik twijfel nog over die opleiding.
uitbestedenB2відокремлюваний
besteedde uit · hebben uitbesteed
передавати на аутсорсинг
Het bedrijf besteedt de administratie uit.
uitbreidenB1відокремлюваний
breidde uit · hebben uitgebreid
розширювати
Het bedrijf wil volgend jaar het team uitbreiden.
uitbrengenB2відокремлюванийнеправильне
bracht uit · brachten uit · hebben uitgebracht
випускати; віддавати (голос)
De band brengt volgende maand een nieuw album uit.
uiteenzettenB2відокремлюваний
zette uiteen · hebben uiteengezet
викладати
Hij zette zijn plan uitgebreid uiteen.
uitgaanB1відокремлюванийнеправильне
ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan
ходити розважатися
Vroeger gingen we elk weekend uit.
виходити з (чогось), припускати
We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.
uitgevenA2відокремлюванийнеправильне
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
витрачати
Ik geef te veel geld uit aan eten.
видавати (книги)
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2відокремлюванийнеправильне
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
підходити (про час)
Komt dinsdag jou goed uit?
з'ясуватися, виявитися
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitleggenB1відокремлюваний
legde uit · hebben uitgelegd
пояснювати
Kun je dat nog een keer uitleggen?
uitnodigenB1відокремлюваний
nodigde uit · hebben uitgenodigd
запрошувати
Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.
uitpratenB2відокремлюваний
praatte uit · hebben uitgepraat
договорити
Mag ik even uitpraten?
uitrustenB1відокремлюваний
rustte uit · hebben uitgerust
відпочивати
Na die drukke week moet ik even uitrusten.
оснащувати, обладнувати
De nieuwe auto is uitgerust met airco.
uitstappenA2відокремлюваний
stapte uit · zijn uitgestapt
виходити (з транспорту)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitstervenB2відокремлюванийнеправильне
stierf uit · stierven uit · zijn uitgestorven
вимирати
Deze vogelsoort dreigt uit te sterven.
uitvoerenB1відокремлюваний
voerde uit · hebben uitgevoerd
виконувати
De schilder voert de opdracht volgende week uit.
uitzendenB2відокремлюванийнеправильне
zond uit · zonden uit · hebben uitgezonden
транслювати
De omroep zendt het concert vanavond live uit.
uitzoekenA2відокремлюванийнеправильне
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
з'ясовувати
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
vallenA1неправильне
viel · vielen · zijn gevallen
падати
Pas op, je valt bijna.
припадати (на дату)
Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.
vangenB1неправильне
ving · vingen · hebben gevangen
ловити
Mijn zoon ving de bal met één hand.

