Словник
306 слів · сторінка 2 з 13
bitterA2
гіркий
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
синій
De lucht is vandaag blauw.
blijA1
радісний
Ik ben blij met het resultaat.
boosA2
сердитий
Hij was boos op zijn collega.
breedA1
широкий
Dit is een brede straat.
bruinA1
коричневий
Ik eet liever bruin brood.
buitenlandsB1
іноземний
Op onze school leren veel buitenlandse studenten Nederlands.
centraalB1
центральний
Het hotel ligt centraal, vlak bij het station.
compleetB1
повний, укомплектований
Is de lijst met namen nu compleet?
contantA2
готівка
Wij nemen geen contant geld aan.
creatiefB1
творчий
Mijn dochter is heel creatief, ze tekent de hele dag.
cultureelB1
культурний
In de stad zijn veel culturele activiteiten in het weekend.
dichtA1
зачинений
Op zondag zijn de winkels dicht.
diepA2
глибокий
Het water is hier te diep om te staan.
digitaalA2
цифровий
Het examen wordt digitaal afgenomen.
dikA1
товстий
Trek een dikke jas aan.
directA1
прямий, прямолінійний
Nederlanders zijn vaak heel direct.
domA2
дурний
Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.
donkerA1
темний
In de winter is het om vijf uur al donker.
doodA2
мертвий
De plant is dood, want ik vergat water te geven.
de dood
смерть
Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.
dringendB1
терміновий
Dit is een dringend bericht.
droogA1
сухий
De was is nog niet droog.
drukA1
жвавий, завантажений
Het is druk in de stad.
dubbelB1
подвійний; двічі
Door de storing betaalde ik de rekening dubbel.
duidelijkA1
зрозумілий, ясний
Is het nu duidelijk?

