Словник
4398 слів · сторінка 172 з 176
de workshopB1
семінар, майстер-клас
Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.
de worstA1
ковбаса
Bij de slager kocht ik worst.
de wortelA1
морква
Doe de wortels in de soep.
корінь
De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.
de wraakB2
помста
Hij wilde wraak nemen op zijn oude baas.
de wrokB2
образа, злоба
Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.
de yoghurtA1
йогурт
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
de zaagB2
пилка
Met deze zaag gaat het sneller.
het zaaigoedB2
посівний матеріал
Het zaaigoed komt uit eigen oogst.
de zaakA2
справа; бізнес, крамниця
Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.
de zaalA2
зала
De zaal zat vol voor het concert.
de zakA1
кишеня; мішок
Mijn sleutels zitten in mijn zak.
de zakenmanB2
бізнесмен
Zijn vader is een rijke zakenman uit Rotterdam.
zakkenB1
zakte · zijn gezakt
провалити (іспит)
Hij is helaas gezakt voor het examen.
de zakken
мішки, сумки (мн. від zak)
Hij zet de zakken met oud papier bij de container.
de zalfA2
мазь
Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.
de zalmB2
лосось
Zalm trekt de rivier op om te paaien.
het zandA2
пісок
De kinderen spelen met emmers in het zand.
de zandbankB2
піщана мілина
Het schip liep op een zandbank.
de zandgrondB2
піщаний ґрунт
Zandgrond droogt sneller uit.
de zangerA2
співак
De zanger kwam op het podium en iedereen juichte.
de zaterdagA1
субота
Op zaterdag doe ik boodschappen.
het zebrapadA2
пішохідний перехід
Steek over bij het zebrapad.
de zeeA1
море
De zee is vandaag onrustig.
de zeearmB2
морська затока-рукав
De zeearm werd afgesloten met een dam.
de zeefB2
сито, друшляк
Giet de pasta af in een zeef.
de zeepA1
мило
Was je handen met zeep.

